VBAR moet schijnzelfstandigheid duidelijker maken 

VBAR moet schijnzelfstandigheid duidelijker maken 

28 januari 2026 – De Wet VBAR moet zorgen voor meer duidelijkheid over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Maar of de invoering per 1 juli 2026 haalbaar is, blijft onzeker. 

De Wet VBAR (Voluit: Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) is een nieuw wetsvoorstel dat de huidige Wet DBA moet vervangen. Het doel: een duidelijker kader voor de beoordeling van schijnzelfstandigheid bij zzp’ers. Daarmee wil het kabinet misbruik tegengaan en zorgen voor meer rechtszekerheid voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. 

Meer grip op de praktijk 

In de praktijk blijkt het lastig om te beoordelen of iemand echt als zelfstandige werkt of eigenlijk een werknemer is. De huidige regels geven onvoldoende houvast, zo luidt de kritiek. De VBAR moet daar verandering in brengen. De wet introduceert onder andere een zogenaamd ‘rechtsvermoeden’ bij een uurtarief onder een bepaald niveau: als een zzp’er minder dan dat tarief verdient, wordt sneller aangenomen dat er sprake is van een dienstbetrekking. Dit moet kwetsbare zelfstandigen beter beschermen. 

Wetsvoorstel met hobbels 

De VBAR is in juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. De eerste reacties waren gemengd: er is sprake van beperkte steun en relatief veel kritiek. Met name vanuit de praktijk zijn er nog veel vragen. Hoe werkbaar zijn de nieuwe regels? Hoe verhouden ze zich tot bestaande arbeidscontracten en cao’s? En wie bepaalt straks wanneer iemand wél of geen zelfstandige is? 

Invoering op 1 juli 2026? 

De beoogde ingangsdatum van de wet is 1 juli 2026. Maar die planning staat onder druk. Eerst moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer akkoord gaan. Daarna volgt nog de invoering en handhaving door de Belastingdienst. Zeker die laatste stap vergt voorbereidingstijd: systemen moeten worden aangepast en voorlichting aan opdrachtgevers en zzp’ers is cruciaal. 

Voor overheidsorganisaties betekent dit dat het verstandig is om de ontwikkelingen goed te volgen. Gemeenten krijgen mogelijk te maken met nieuwe verplichtingen. Ook HR-professionals binnen de overheid zullen zich moeten voorbereiden op de gevolgen van de wet. 

Wat kun je nu al doen? 

Hoewel de wet nog niet is aangenomen, is het verstandig om alvast kritisch te kijken naar bestaande samenwerkingen met zelfstandigen. Zijn de afspraken helder vastgelegd? Wordt er gewerkt onder gezag of juist zelfstandig? En hoe verhoudt het uurtarief zich tot het beoogde rechtsvermoeden? 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid adviseert om alvast te investeren in goede opdrachtformuleringen en duidelijke rolbeschrijvingen. Ook kan het helpen om een interne checklist te ontwikkelen waarmee je zzp-opdrachten eenduidig beoordeelt. 

Tot slot 

De VBAR is bedoeld om de regels rondom zelfstandigheid helderder te maken. Maar op weg naar invoering zijn er nog veel vragen en onzekerheden. Of 1 juli 2026 haalbaar is, zal de komende maanden duidelijk worden. Voor nu geldt: volg de ontwikkelingen actief en bereid je organisatie tijdig voor op mogelijke veranderingen. 

Meer weten of sparren over hoe je je als gemeente kunt voorbereiden? Neem gerust contact op met de inhuurdesk van Flex West-Brabant via inhuurdesk@flexwestbrabant.nl 

Wet DBA: zachte landing verlengd tot 2027 

Wet DBA: zachte landing verlengd tot 2027 

28 januari 2026 – Goed nieuws voor gemeenten en andere overheidsorganisaties die werken met zzp’ers: de zogeheten ‘zachte landing’ van de Wet DBA blijft ook in 2026 nog van kracht. De volledige handhaving is uitgesteld tot 1 januari 2027. 

Wat is de Wet DBA? 

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) regelt de beoordeling van arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. Het doel: schijnzelfstandigheid tegengaan. Sinds de invoering in 2016 is de wet meerdere keren aangepast en tijdelijk minder streng gehandhaafd. Organisaties kregen de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe regels – dat is wat men de ‘zachte landing’ noemt. 

Geen boetes in 2026, wel controles 

Vanaf 1 januari 2025 werd de Wet DBA weer gehandhaafd. Bij overtreding konden opdrachtgevers naheffingen krijgen, maar nog geen verzuimboetes. Deze milde aanpak zou tot eind 2025 gelden. 

Het kabinet heeft nu besloten deze periode met een jaar te verlengen. Dat betekent dat de Belastingdienst in 2026 nog steeds geen verzuimboetes oplegt bij het constateren van schijnzelfstandigheid. Wel kunnen er bedrijfsbezoeken plaatsvinden en is het mogelijk dat er een boekenonderzoek volgt. Opzettelijke overtredingen worden strenger aangepakt – met een vergrijpboete als gevolg. 

Wat betekent dit voor HR-professionals? 

Voor HR-afdelingen bij gemeenten is het belangrijk om de samenwerking met zzp’ers goed te blijven toetsen. Is er sprake van een gezagsverhouding? Zijn er afspraken die lijken op die van een dienstverband? Dan is voorzichtigheid geboden. De ‘zachte landing’ betekent géén vrijbrief. Het blijft belangrijk om binnen de wettelijke kaders te opereren. 

Voorbereiden op 2027 

De volledige handhaving van de Wet DBA staat nu gepland voor 1 januari 2027. Vanaf dan kunnen opdrachtgevers bij fouten wel direct beboet worden. Het komende jaar biedt dus ruimte om eventuele risico’s in kaart te brengen, werkwijzen aan te passen en alternatieven te onderzoeken waar nodig. 

Overweeg bijvoorbeeld: 

  • Een herziening van lopende modelovereenkomsten; 
  • Extra kennisdeling binnen de organisatie over de wet; 
  • Tijdig overleg met de financiële administratie of juridische dienst. 

Tot slot 

De verlengde zachte landing biedt lucht, maar ook een kans om je goed voor te bereiden op volledige handhaving. Vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact op met de inhuurdesk van Flex West-Brabant via inhuurdesk@flexwestbrabant.nl. We denken graag met je mee. 

Wet DBA: zachte landing verlengd tot 2027 

Wet DBA: zachte landing verlengd tot 2027 

28 januari 2026 – Goed nieuws voor gemeenten en andere overheidsorganisaties die werken met zzp’ers: de zogeheten ‘zachte landing’ van de Wet DBA blijft ook in 2026 nog van kracht. De volledige handhaving is uitgesteld tot 1 januari 2027. 

Wat is de Wet DBA? 

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) regelt de beoordeling van arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. Het doel: schijnzelfstandigheid tegengaan. Sinds de invoering in 2016 is de wet meerdere keren aangepast en tijdelijk minder streng gehandhaafd. Organisaties kregen de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe regels – dat is wat men de ‘zachte landing’ noemt. 

Geen boetes in 2026, wel controles 

Vanaf 1 januari 2025 werd de Wet DBA weer gehandhaafd. Bij overtreding konden opdrachtgevers naheffingen krijgen, maar nog geen verzuimboetes. Deze milde aanpak zou tot eind 2025 gelden. 

Het kabinet heeft nu besloten deze periode met een jaar te verlengen. Dat betekent dat de Belastingdienst in 2026 nog steeds geen verzuimboetes oplegt bij het constateren van schijnzelfstandigheid. Wel kunnen er bedrijfsbezoeken plaatsvinden en is het mogelijk dat er een boekenonderzoek volgt. Opzettelijke overtredingen worden strenger aangepakt – met een vergrijpboete als gevolg. 

Wat betekent dit voor HR-professionals? 

Voor HR-afdelingen bij gemeenten is het belangrijk om de samenwerking met zzp’ers goed te blijven toetsen. Is er sprake van een gezagsverhouding? Zijn er afspraken die lijken op die van een dienstverband? Dan is voorzichtigheid geboden. De ‘zachte landing’ betekent géén vrijbrief. Het blijft belangrijk om binnen de wettelijke kaders te opereren. 

Voorbereiden op 2027 

De volledige handhaving van de Wet DBA staat nu gepland voor 1 januari 2027. Vanaf dan kunnen opdrachtgevers bij fouten wel direct beboet worden. Het komende jaar biedt dus ruimte om eventuele risico’s in kaart te brengen, werkwijzen aan te passen en alternatieven te onderzoeken waar nodig. 

Overweeg bijvoorbeeld: 

  • Een herziening van lopende modelovereenkomsten; 
  • Extra kennisdeling binnen de organisatie over de wet; 
  • Tijdig overleg met de financiële administratie of juridische dienst. 

Tot slot 

De verlengde zachte landing biedt lucht, maar ook een kans om je goed voor te bereiden op volledige handhaving. Vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact op met de inhuurdesk van Flex West-Brabant via inhuurdesk@flexwestbrabant.nl. We denken graag met je mee. 

Werkgeluk: meer dan een pingpongtafel

Werkgeluk: meer dan een pingpongtafel

27 januari 2026 – Coach René de Clercq blikt terug op zijn loopbaan en deelt zijn inzichten over werkgeluk. Wat is het eigenlijk? Hoe herken je het, of juist het gemis ervan? En wat kun je doen om het te vergroten, voor jezelf en je team?

Werkgeluk verandert met de tijd

“Toen ik in de dertig was, had ik het druk. Heel druk,” vertelt René de Clercq. “Werk, gezin, alles kwam tegelijk. Werkgeluk? Daar dacht ik niet bewust over na.” Inmiddels is René 63 jaar en kijkt hij anders naar zijn werk en leven. “Nu sta ik stil bij wat mij energie geeft. Autonomie, bijvoorbeeld. Zelf kunnen bepalen hoe en met wie ik werk. Dat is voor mij essentieel.”

In de loop van zijn carrière verschoof René van HR-generalist in het bedrijfsleven naar HR-specialist en loopbaancoach binnen de overheid. “En met die verschuiving werd ook werkgeluk belangrijker voor me.”

afbeelding zoektocht werkgelukSignalen van ontevredenheid

In de praktijk ziet René regelmatig mensen die vastlopen. “Ze hebben een ‘prima baan’, maar voelen toch iets knagen. Dan zeg ik: ga het gesprek aan. Waar komt dat gevoel vandaan?” Volgens René ligt het antwoord zelden in één oorzaak. “Werkgeluk is complex. Het hangt samen met factoren als zingeving, collegiale relaties, ruimte om zelf keuzes te maken.”

Hij laat zich daarbij inspireren door het model van Onno Hamburger, waarin acht factoren worden genoemd die werkgeluk beïnvloeden. “Een handig hulpmiddel om samen met een medewerker te onderzoeken waar het wringt.”

Kleine stap, groot verschil

Een loopbaantraject levert volgens René altijd iets op. “Al is het maar inzicht. En dat leidt vaak tot actie. Als coach help ik iemand om die eerste stap te zetten, en vooral om die stap haalbaar te maken.”

Een voorbeeld? “Een medewerker die vastliep in zijn werk en dacht dat hij totaal iets anders moest gaan doen. Maar na onderzoek bleek dat hij vooral behoefte had aan meer inspraak in zijn werkzaamheden. Een kleine aanpassing, groot effect.”

Een vaste oefening in René’s trajecten gaat over persoonlijke waarden. “Wat drijft je echt? Waar sta je voor? Bij mij staat autonomie bovenaan, gevolgd door authenticiteit. Als ik niet mezelf mag zijn op mijn werk, keldert mijn werkgeluk.”

Het benoemen en herkennen van die waarden is soms confronterend. “Maar juist daardoor ontstaat ruimte voor verandering. Mensen krijgen zicht op wat er schuurt en wat ze daaraan kunnen doen.”

de 8 van werkgeluk

Werkgeluk is een gedeelde verantwoordelijkheid

Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor werkgeluk? “De medewerker zelf,” stelt René duidelijk. “Net zoals je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen levensgeluk. Maar: de werkgever speelt een belangrijke rol als facilitator. Die moet de voorwaarden scheppen waarin werkgeluk mogelijk wordt.” Een goede werkgever investeert in werkgeluk. Waarom? “Omdat het loont. Gelukkige medewerkers zijn productiever en minder vaak ziek. En ze blijven langer. Werkgeluk is dus niet alleen zacht, het is ook keihard rendement.”

Fabels en valkuilen

Een hardnekkige misvatting? “Dat je werkgeluk even regelt met een workshop of wat schommelstoelen. Zo werkt het niet. Werkgeluk vraagt om onderhoud, van MT én medewerker.” René ziet ook valkuilen bij managers die het ‘te goed’ willen doen. “Teveel sturing kan juist beklemmend werken. Vraag dus wat mensen echt nodig hebben. En luister.”

Kleine dingen, groot effect

Op de vraag wat hem zelf gelukkig maakt in het werk, hoeft René niet lang na te denken. “Samen successen vieren met collega-coaches. Dat geeft energie.” Maar er zijn ook kleine ergernissen. “Een vastgelopen printer vlak voor een afspraak? Dat kan m’n hele dag verstoren. Zo’n klein ding, maar het kost veel energie.”

Over vijf tot tien jaar verwacht René grote veranderingen. “AI gaat onze manier van werken veranderen. Kennismakingsgesprekken met een chatbot? Wie weet.” Toch maakt hij zich geen zorgen. “Juist het menselijke contact wordt belangrijker. Onze rol als coach blijft – misschien in een andere vorm – maar zeker bestaan.”

Dag van het onderwijs: jong talent aan zet!

Dag van het onderwijs: jong talent aan zet!

24 januari 2026 – Jong talent en gemeenten: het is een combinatie die steeds belangrijker wordt. Binnen het Mobiliteitscentrum houdt programmamanager Regionale HR Visie, Laura van de Lindeloof, zich dagelijks bezig met de vraag hoe we studenten en starters kunnen verbinden aan de lokale overheid. En vooral: hoe beide werelden elkaar versterken.

Volgens Laura is de motivatie simpel en toekomstgericht. Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven en daar hoort de blik van nieuwe generaties bij. “Jong talent speelt een belangrijke rol in de toekomst van gemeenten,” benadrukt ze. Samenwerking met onderwijsinstellingen helpt daarbij om de stap van opleiding naar praktijk kleiner te maken en jongeren kennis te laten maken met werken in de publieke sector.

Van stagebureau tot traineeship: investeren in instroom

In de regio gebeurt al veel om studenten binnen te halen en te laten landen in gemeentelijke organisaties. Er is een regionaal stagebureau, er zijn samenwerkingsopdrachten en traineeships. Daarnaast wordt onderzocht welke nieuwe vormen aansluiten bij de behoeften van nu: regionale traineeships, bijbanen voor studenten en starters, en zelfs een community om jong talent blijvend te verbinden aan gemeenten.

De kracht van een frisse blikafbeelding dag van het onderwijs

Waarom dat jong talent zo waardevol is? Dat is voor Laura helder. Studenten en starters kijken anders en dat is precies de bedoeling. Ze stellen vragen die soms schuren maar altijd in beweging zetten. Ze redeneren vanuit logica, gebruiksgemak en samenwerking, en minder vanuit “zo doen we het hier nou eenmaal”.

Jongeren kunnen zo letterlijk een spiegel vormen voor teams en stagebegeleiders. Niet omdat ze alles beter weten, maar omdat ze laten zien dat het ook anders kan. “Jong talent maakt het verschil wanneer je hen inzet op hun kracht,” vertelt Laura. Door hen serieus mee te laten denken over processen en werkwijzen ontstaan vaak verrassende verbeteringen.

Leren gaat twee kanten op

De komst van jong talent betekent niet alleen dat studenten veel leren, ervaren professionals leren minstens zoveel terug. Jongeren kijken anders naar werk, samenwerking en communicatie. Ze stellen meer vragen, verwachten transparantie en zoeken betekenis. Dat helpt organisaties om zichzelf opnieuw uit te vinden en open te blijven staan voor vernieuwing.

Studenten doen bij gemeenten bovendien ervaringen op die ze in het bedrijfsleven minder snel opdoen. Ze werken in een context vol verschillende belangen, samenwerkingspartners en politieke afwegingen. Dat scherpt hun analytisch vermogen, communicatieve vaardigheden en vermogen om met complexe vraagstukken om te gaan.

Tegelijkertijd groeien ze persoonlijk: verantwoordelijkheid nemen, samenwerken met verschillende disciplines en ontdekken waar hun talent ligt.

Werken in de publieke sector: betekenis en breedte

Wat gemeenten aantrekkelijk maakt voor jongeren? Vooral de combinatie van maatschappelijke impact en inhoudelijke variatie. Van energietransitie tot jeugdhulp en van digitalisering tot participatie, binnen één organisatie kun je aan talloze thema’s werken. Dat spreekt generaties aan die niet alleen een baan zoeken, maar een bijdrage willen leveren.

Onderwijs en overheid: meer dan partners

De samenwerking met onderwijsinstellingen groeit zichtbaar. Er is steeds meer bereidheid om samen op te trekken en kennis te delen. Toch zijn er ook uitdagingen: verschillen in tempo, verwachtingen en organisatiecultuur. Door regionaal samen te werken en kennis te bundelen, wordt gewerkt aan meer samenhang en continuïteit.

Voor duurzame samenwerking ziet Laura een paar succesfactoren: duidelijke afspraken, vaste contactpersonen, investeren in goede begeleiding en wederzijds begrip. Want uiteindelijk hebben beide partijen elkaar nodig. Gemeenten voor toekomstbestendige instroom, onderwijs voor een sterke aansluiting op de praktijk.

Gen Z vraagt iets terug

Gemeenten die aantrekkelijk willen zijn voor jong talent, moeten soms een stap zetten. Dat betekent ruimte geven aan experiment, eigenaarschap en wederzijds leren. Jongeren vroegtijdig betrekken, serieus luisteren en niet alles vooraf dichttimmeren. “Gemeenten zullen hun werk en leeromgeving anders moeten organiseren om beter aan te sluiten bij Gen Z,” zegt Laura. Dat vraagt lef, maar levert veel op.

Een toekomst waarin jong talent vanzelfsprekend is

Als het aan Laura ligt, wordt jong talent een vaste waarde binnen gemeenten: niet alleen als stagiair, maar ook in structurele functies en ontwikkeltrajecten. Twijfelende organisaties heeft ze één duidelijke boodschap: “Begin en ga het ervaren.” Juist door met studenten te werken, ontstaan nieuwe inzichten en bouw je aan de organisatie van morgen.

Haar persoonlijke wens is helder en hoopvol: dat onderwijs en gemeenten elkaar blijven vinden, samen blijven leren en structureel samenwerken aan de ontwikkeling van toekomstig talent. Want één ding is zeker: de toekomst van de lokale overheid wordt mede geschreven door de generatie die nu binnenkomt.

Meer weten over de regionale initiatieven rondom het binden en behouden van jong talent? Neem dan contact met ons op!

Ontmoet onze (nieuwe) consultants!

Ontmoet onze (nieuwe) consultants!

We hebben de afgelopen periode heel wat nieuwe collega’s mogen verwelkomen bij Publiek Maatwerk. Alladin, Benja, Jacqueline, Joep, Joyce, Sep, Nina, Sylvia en Thom versterken onze regio met hun kennis en ervaring. Hun expertises lopen uiteen van allround projectleiderschap en digitalisering tot onderzoek in het sociaal domein en data-analyse. We stellen ze graag aan je voor.

Ontmoet onze nieuwe talenten

Alladin Omar
Afgestudeerd HR professional Alladin brengt enthousiasme en een nieuwsgierige blik in ieder project. Met ervaring binnen Gemeente Breda op gebied van onderzoek en HR innovatie helpt hij organisaties te bouwen aan oplossingen van vandaag en morgen. Naast HR expertise heeft Alladin een passie voor duurzaamheidsvraagstukken. Bekijk hier de profielschets van Alladin.

Benja Wijmans
Benja is geen onbekend gezicht in de regio! Met ervaring bij o.a. Gemeente Oosterhout brengt ze naast HR expertise ook enthousiasme en een open blik. Benja is een kei in procesbegeleiding en kan goed de vinger leggen op procesonderdelen die niet soepel of naar wens lopen. Ze kijkt naar de oorzaak en pakt vanuit daar optimalisatie op. Lees hier verder over Benja’s werkervaring.

Jacqueline van de Werfhorst
Jacqueline heeft al heel wat van gemeenten gezien. Ze is van medewerker doorgegroeid naar raadsadviseur. Nu is ze toe aan een nieuwe stap en hoopt ze als projectleider het verschil te mogen maken in jouw organisatie. Jacqueline gaat gevoelige onderwerpen niet uit de weg en heeft veel ervaring met politiek-sensitieve thema’s. Bekijk hier de profielschets van Jacqueline. 

Joep Ariëns
Deze analist en projectleider is allround inzetbaar. Joep is van nature rustig en is goed in het bewaren van overzicht. Dat komt in zijn werk vaak goed van pas. Met een open vizier zoekt hij naar een opdracht waarin zijn skills van meerwaarde zijn. Bekijk hier de profielschets van Joep.

Joyce de Goede
Deze consultant heeft er al heel wat vlieguren op zitten. Joyce heeft jarenlang ervaring in het sociaal domein, als projectleider, adviseur en onderzoeker. Ze is proactief en betrokken. Ze stapt over naar Publiek Maatwerk omdat ze graag veel verschillende opdrachten wil uitvoeren waarin ze haar ervaring kan gebruiken voor het verbeteren van de dienstverlening van jouw organisatie. Bekijk hier het profiel van Joyce.

Sep Akkermans
Sep is gestart in ICT en vanuit daar doorgegroeid naar adviseur op gebied van digitalisering en ICT. Daarnaast heeft hij een passie voor AI tools waarmee hij organisaties slimmer en efficiënter kan laten werken. Niet om medewerkers te vervangen, maar om hen te ondersteunen waardoor er minder tijd opgaat aan administratieve taken en meer tijd is voor proactieve dienstverlening. Lees hier verder over Sep.

Nina van der Heijden
Als je een allround projectleider zoekt is Nina een goede keuze! Ze heeft veel ervaring in het onderwijs waar ze ook procescoördinator was. De vaardigheden die ze daar opdeed komen ook van pas binnen ambtelijke organisaties. Nina heeft een groot hart voor de non-profit sector en hoopt een steentje aan jouw organisatie te mogen bijdragen. Bekijk hier de profielschets van Nina.

Sylvia Schoonen
Sylvia heeft gewerkt in het onderwijs. Als projectleider werkte ze aan integrale samenwerking binnen onderwijsinstellingen, gemeenten en jeugdhulp. Haar kracht is het verbinden van organisaties en het signaleren van kansen om samen te groeien. Ze adviseert, zet zelf programma’s op en is een kei in zich vastbijten in vraagstukken. Meer weten over Sylvia? Lees dan hier verder.

Thom Matthijssen
Deze strategische doener houdt ervan mensen, ideeën en perspectieven te verbinden. Thom is goed in het opbouwen van duurzame relaties en het verkennen van nieuwe paden voor jouw project. Dit alles doet hij om een zo goed mogelijk resultaat weg te zetten. Met een achtergrond in marketing, sales en projectmanagement brengt Thom nieuwe energie in jouw vastgelopen vraagstuk. Bekijk hier de profielschets van Thom.

En onze vertrouwde gezichten

Naast deze nieuwe gezichten hebben we ook nog twee bekende gezichten beschikbaar voor een opdracht:

Koen Konings
Als je Koen kent weet je dat hij geen stil-zitter is. Hij heeft al heel wat opdrachten afgerond waarin hij eenheid bracht in organisaties en teams. Koen haalt graag de essentie van projecten naar boven en bewaakt vervolgens dat een team blijft werken aan het oorspronkelijke doel. Hij stelt kritische vragen en is een echte motivator. Zonder oordeel maar met scherp ook versterkt hij graag jouw organisatie. Bekijk hier Koen zijn profiel.

Lieke Verstraaten
Deze enthousiaste en mensgerichte beleidsprofessional heeft brede ervaring. Lieke maakt onderwerpen snel eigen waardoor ze zelfstandig tot een zorgvuldig resultaat komt. Ook samenwerken schuwt ze niet want ze is erg omgevingsbewust en weet dat verbinding een grote rol speelt in het succes van projecten. Lees hier verder over Lieke.

Kan één van deze professionals iets betekenen voor jouw organisatie? Neem dan contact met ons op!

Van verzuim naar inzetbaarheid: hoe krijg je de cijfers structureel omlaag?

Van verzuim naar inzetbaarheid: hoe krijg je de cijfers structureel omlaag?

19 januari 2026 – Langdurig verzuim is zelden alleen een gezondheidsprobleem. Vaak vertelt het iets over het werk, de organisatie en het leiderschap. Door anders te kijken én te handelen, kunnen gemeenten het verschil maken.

Inzetbaarheid vraagt om meer dan protocollen

Veel organisaties hebben hun verzuimregistratie prima op orde. Maar ondanks protocollen en dossiervorming blijven de cijfers vaak hardnekkig hoog. Waarom? Omdat langdurig verzuim meestal niet begint bij ziekte, maar bij structurele knelpunten in het werk. Denk aan hoge werkdruk, weinig autonomie of onduidelijke rolverdeling.

Een effectieve aanpak vraagt daarom om meer dan alleen individuele interventies. Het draait om inzetbaarheid: hoe zorgen we dat medewerkers hun werk duurzaam kunnen doen?

Wat wél werkt bij langdurig verzuimverzuimartikel jan

Onderzoek van onder andere TNO en de NVAB laat zien dat een combinatie van snelle actie, aandacht voor werkstructuur en teamcultuur het meest effectief is. Wat helpt:

  • Vroeg en actief contact houden, niet wachten tot de ziekmelding officieel is.

  • Samen knelpunten in werk analyseren, zoals roosters of taakverdeling.

  • Individuele én organisatorische interventies combineren.

  • Structurele aandacht voor loopbaan, ontwikkeling en vitaliteit.

Organisaties die hierin investeren, zien minder langdurige uitval én meer betrokkenheid.

Symptoombestrijding? Liever niet

Het klinkt professioneel: strengere protocollen, extra controle of een training ‘omgaan met stress’. Maar als de werkdruk blijft zoals die is, verandert er weinig. Symptoombestrijding leidt vaak tot schijnoplossingen. De echte oorzaken zoals cultuur, leiderschap of werkontwerp blijven buiten beeld.

Verzuim als signaal van iets groters

Langdurig verzuim is vaak een organisatieboodschap. Herhaaldelijke uitval onder dezelfde leidinggevende, opvallende verschillen tussen teams of veel psychisch verzuim wijzen op onderliggende problemen. Denk aan onduidelijke taken, weinig regelruimte of een onveilige teamsfeer.

Leiderschap maakt het verschil

Leidinggevenden spelen een sleutelrol. Niet alleen in het begeleiden van verzuim, maar vooral in het voorkomen ervan. Goed leiderschap betekent:

  • Regelmatig het gesprek voeren over werkbelasting.

  • Teamnormen bespreken: wat verwachten we van elkaar?

  • Prioriteiten durven stellen als het werk teveel wordt.

Zo ontstaat psychologische veiligheid: medewerkers durven op tijd aan de bel te trekken.

Werkontwerp als hefboom

Veel oplossingen liggen in het primaire proces: roosters, taakverdeling, autonomie. Kleine aanpassingen zoals taakroulatie of meer invloed op de planning kunnen al grote effecten hebben. Duurzame inzetbaarheid begint dus niet bij een vitaliteitsprogramma, maar bij goed werk.

Van ziek naar inzetbaar: een andere blik op data

Organisaties verzamelen volop data over verzuim, maar benutten deze nog weinig strategisch. Door verzuimcijfers te koppelen aan werkdrukmetingen, verloop of roosters, ontstaat inzicht. Niet alleen in ‘hoe hoog’ het verzuim is, maar vooral in ‘waarom’ het zo is.

Eerste stap? Praat over werk, niet over ziekte

Voor organisaties die al jaren met hoge cijfers kampen, is de eerste stap verrassend eenvoudig:

  • Analyseer langdurig verzuim over meerdere jaren per team of functie.

  • Leg dit naast medewerkerstevredenheid en werkdrukonderzoek.

  • Organiseer gesprekken over wat er wél goed gaat – en wat structureel schuurt.

Zo komt het echte gesprek op gang. Niet over ziekte, maar over het werk zelf.

Langdurig verzuim vraagt om meer dan registratie. Het is een kans om als organisatie te groeien. Door de blik te verbreden van ziekte naar inzetbaarheid, van individu naar systeem, en van controle naar vertrouwen. De sleutel? Betere gesprekken, beter werk en beter leiderschap.

Meer weten over inzetbaarheid en verzuim? Neem contact op via: mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Coaching bij overbelasting en stress: zo vond Margo zichzelf terug

Coaching bij overbelasting en stress: zo vond Margo zichzelf terug

20 januari 2026 – Toen de stress haar letterlijk onderuit haalde, vond Margo via coaching de weg terug. Haar verhaal laat zien hoe belangrijk het is om hulp te vragen én wat de juiste begeleiding kan betekenen.

Van betrokken professional naar een serieuze crash

Margo werkt sinds 2007 binnen het sociaal domein. Ze heeft veel veranderingen meegemaakt, zoals transities in de wetgeving, organisatieveranderingen, een fusie en veranderende gemeentelijke ambities. “Mijn werk veranderde steeds en ik groeide van administratief medewerker naar consulent. Het leukste vak wat ik ooit heb gedaan,” vertelt ze. Maar de combinatie van hoge werkdruk, wisselende leidinggevenden met wisselende visies, vertrekkende fijne collega’s en de afzondering in coronatijd werden haar uiteindelijk te veel. “Op een dag stortte ik volledig in en belandde per ambulance in het ziekenhuis.”

Na enkele maanden van rust en onderzoeken bleek er geen lichamelijke restschade te zijn. Maar Margo merkte steeds meer dat zij absoluut niet zichzelf was. “Ik herkende mezelf niet meer: ik kon niet lezen, niets onthouden, ik verdwaalde buitenshuis zelfs in hele bekende omgeving en huilde om niks.” Ze besloot contact op te nemen met P&O om de situatie te bespreken.

Een veilige start bij de juiste coachcoachingservaring van Margo

P&O reageerde direct en nam haar verhaal serieus. “Ik werd gehoord en kreeg twee coachingsopties aangeboden.” De eerste coach voelde te zwaar. Het programma wat hij  mij voorstelde vloog me aan en gaf vooral verwarring en onrust. Maar bij Marieke voelde het meteen goed. “Ze was rustig, stelde niets op en wilde me eerst gewoon leren kennen. Dat gaf rust en vertrouwen.”

Mariekes stijl sloot perfect aan bij wat Margo nodig had: geen vast stappenplan, maar begeleiding vanuit het hier en nu. “Ze keek steeds: wat kan ik vandaag aan? Wat is haalbaar? Dat was zó helpend.”

Leren vertragen en luisteren

Wat Margo het meest heeft geholpen, is dat Marieke haar steeds terugbracht naar rust. “Als ik dacht ‘ik moet weer iets’, herinnerde ze me eraan dat ik even niet hoefde te presteren.”  Ik leerde opnieuw luisteren naar mezelf, in plaats van maar te blijven rennen.

Ook praktische oefeningen zoals grounding en een familieopstelling hielpen bij het inzicht dat haar klachten hoofdzakelijk werkgerelateerd waren. “De combinatie van hoge werkdruk, organisatieveranderingen, vertrekkende fijne collega’s en steeds wisselende leidinggevenden gaf me veel onrust.”

Ondersteuning met behoud van regie

Marieke liep echt naast haar, vertelt Margo. “Ze ging zelfs mee naar een inhoudelijk spannend gesprek met de bedrijfsarts. Wel liet ze mij het woord doen. Dat voelde veilig én gaf me regie terug.”

Dankzij de coaching durfde Margo keuzes te maken. Ze besloot haar functie als Wmo-consulent los te laten. “Het consulentenwerk paste mij niet meer door de fors toegenomen complexe casussen met te weinig inhoudelijke back-up. Dat botste met mijn hoge verantwoordelijkheidsgevoel. Ik ben teruggegaan naar een administratieve rol en dat past voor nu beter.”

Inzichten die blijven hangen

Op de vraag welke lessen ze heeft meegenomen, hoeft Margo niet lang na te denken. Ze somt drie zinnen op die haar dagelijks helpen:

  • “Nee is ook een antwoord.”
  • “Wees liever voor jezelf.”
  • “Wat is nu eigenlijk de vraag aan mij?”

Deze inzichten gebruikt ze in werk én privé. “Ik trok snel zaken naar me toe, voelde me vaak überverantwoordelijk. Maar dat hoeft echt niet. Naast dat ik deze dingen wel weet voel ik ze nu ook echt.”

Trots op wie ze is geworden

Wat haar het meest trots maakt? “Dat ik ben teruggekomen. Ik ben nu Margo 2.0 en die voelt écht anders.” De valkuilen liggen nog wel op de loer, maar ik herken eerder wanneer ik geneigd ben erin te trappen. Zo voorkom ik terugval.

Advies aan anderen

Tot slot heeft Margo een duidelijk advies aan anderen die merken dat het werk ze, op welke manier dan ook, stress geeft: “Blijf er niet alleen mee lopen. Ga praten met P&O, je leidinggevende of een vertrouwenspersoon. Er is meer hulp mogelijk dan je denkt.”

En hoe zou ze coach Marieke omschrijven?

“Marieke is betrokken en warm met een goed gevoel voor humor. Ze is scherp in haar waarnemingen en verwacht ook inzet. Bij Marieke kan je niet achterover leunen, maar wel rekenen op iemand die je zetjes de juiste kant op geeft. Precies wat ik nodig had.” Inmiddels is Margo alweer drie jaar met plezier aan het werk. Ze denkt nog met regelmaat terug aan de handvaten die ze opdeed in de coaching.

Meer weten?

Coaching hielp Margo na hevige klachten weer op weg. Dankzij de juiste begeleiding, rust en zelfinzicht hervond ze zichzelf én haar werkplezier. Haar verhaal laat zien: hulp vragen is geen zwakte, maar een kracht en soms echt noodzakelijk om verder te komen. Wil je meer weten over coaching of ondersteuning bij stress? Neem contact op met je leidinggevende, P&O-er of via: mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

 

Van Flex als pleister naar structurele strategie

Van Flex als pleister naar structurele strategie

12 januari 2026 – Een hoog volume aan externe inhuur (flex) zegt vaak meer over de organisatie dan over de arbeidsmarkt. Hoe kijk je als HR-professional verder dan het tekort aan mensen, en maak je van flexibele arbeid een strategisch instrument?

In veel gemeenten is flexibele inhuur een vast onderdeel van de personeelsaanpak. Toch is een hoog inhuurvolume zelden alleen een gevolg van arbeidsmarktkrapte. Het is vaak ook een spiegel van het organisatieontwerp: hoe de taken verdeeld zijn, of de formatie aansluit op de opgaven, en hoe besluitvorming werkt.

Wat zegt flex/inhuurvolume eigenlijk?

Een hoog inhuurvolume wijst vaak op situaties als:

  • een takenpakket dat sneller groeit dan de vaste formatie,

  • tijdelijke budgetten die structurele taken financieren,

  • reorganisaties die zorgen voor onzekerheid over vaste functies,

  • of moeite met het werven van schaars talent, zoals IT-specialisten.

In stabiele domeinen, zoals het primaire proces met voorspelbare opgaven, zien we juist lage inhuur. Daar is strategische personeelsplanning (SPP) goed geregeld en sluit de formatie beter aan op de behoefte.

Kortom: een hoog inhuurvolume is vaak een signaal dat de formele organisatie nog niet goed is ingericht op wat er werkelijk nodig is.

Pleister of strategie?flexibele inhuur

Flexibele inhuur kan een tijdelijke oplossing zijn voor uitval of werkdruk. Maar als er geen duidelijke keuzes worden gemaakt, groeit het risico dat flex het vaste werk overneemt. Denk aan externen die al jaren op dezelfde plek werken, zonder dat hun inzet gekoppeld is aan een project of tijdelijke piek.

Strategisch inzetten van flex betekent:

  • bewuste keuzes maken in ‘vast waar het moet, flex waar het kan’,

  • de inzet koppelen aan scenario’s en veranderopgaven,

  • en zorgen voor kennisoverdracht en borging.

Waar zit het echte probleem?

Als een organisatie langdurig afhankelijk is van externe krachten, zijn er vaak structurele knelpunten:

  • Moeilijke keuzes worden uitgesteld of vermeden.

  • Formatiewijzigingen verlopen traag of zijn complex.

  • Budgetten zijn niet flexibel genoeg.

  • HR-processen sluiten niet aan op de realiteit van de werkvloer.

Het gevolg? Een schaduworganisatie waarin externen feitelijk het werk van vaste collega’s overnemen, zonder dat dit formeel zo is geregeld.

Inhuurdata als stuurinformatie

Veel gemeenten registreren hun inhuur keurig, maar benutten de data nog onvoldoende. Terwijl u met diezelfde gegevens waardevolle inzichten kunt krijgen, zoals: welke functies structureel moeilijk vervulbaar zijn, waar externen structureel werk doen, of er een verband is tussen chronische vacatures en langdurige inhuur. Door deze gegevens te koppelen aan uitstroom, verzuim of opleidingsinvesteringen, ontstaat een krachtig stuurinstrument voor HR én organisatieontwikkeling.

Eén stap die je vandaag al kunt zetten

Wil je de eerste stap zetten richting een strategische inzet van flexibele arbeid? Begin dan met een feitelijke diagnose: Op welke taken zetten we externen in? Hoe lang al, en waarom? Is het werk tijdelijk of structureel? Pas daarna voer je het gesprek over formatie, organisatieontwerp en de gewenste flexibele schil. Zo maak je wat nu onzichtbaar is, bespreekbaar én stuurbaar.

Flexibele arbeid is niet het probleem. Maar ondoordacht gebruik ervan kan wél nieuwe problemen veroorzaken. Door goed te kijken naar de inzet van externen, krijg je inzicht in de gezondheid van jouw organisatieontwerp. En dat is precies waar je als HR-professional het verschil kunt maken.

Meer weten of hierover in gesprek? Neem contact met ons op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.