Slim sturen op flexibele arbeid: zo houdt Flex West-Brabant de kosten in de hand

Slim sturen op flexibele arbeid: zo houdt Flex West-Brabant de kosten in de hand

19 maart 2026 – Terwijl gemeenten in heel Nederland te maken hebben met forse stijgingen in de kosten voor flexibele arbeid, weet Flex West-Brabant de groei te beperken. Waar prijsstijgingen elders oplopen, ligt het gemiddelde in de regio circa 5% lager dan in de markt. Die relatieve stabiliteit is geen toeval, maar het resultaat van specialistische kennis, regionale samenwerking en strakke regie.

Nieuwe cao jaagt kosten op

De belangrijkste oorzaak van de stijgende tarieven ligt bij de vernieuwde cao voor uitzendkrachten, die in 2025 van kracht werd. Deze schrijft voor dat uitzendkrachten een gelijkwaardige beloning moeten krijgen als medewerkers in dienst bij de opdrachtgever.

Dat betekent onder meer volledige doorbetaling bij ziekte, het vervallen van wachtdagen en aanvullende reserveringen voor pensioen en verlof. Ook moesten gemeentelijke arbeidsvoorwaarden worden vertaald naar uitzendconstructies.

“Er moest een vertaalslag worden gemaakt van de cao gemeenten naar de kostprijs van uitzendkrachten,” zegt adviseur Annemarie ten Hoope van Nova Vista Human Capital.

Al deze wijzigingen werken direct door in de kostprijs, en dus in de tarieven die gemeenten betalen.

Cruciale rol voor omrekenfactoren

De tarieven voor flexibele arbeid worden opgebouwd via zogeheten omrekenfactoren: berekeningen waarin loonkosten, werkgeverslasten en marges samenkomen. Vermenigvuldigd met het uurloon bepalen die het uiteindelijke uurtarief.

Door de cao-wijzigingen moesten uitzendbureaus deze factoren opnieuw vaststellen. Dat is geen puur technische exercitie, maar een proces waarin interpretatie een grote rol speelt. Immers het moet vertaald worden naar een gelijkwaardig beloning en er wordt met meerdere partners gewerkt.

“Met het vertalen van de cao ontkom je niet aan stijgende tarieven. Die tarieven zijn niet per se gericht op extra marge, maar om de mogelijke risico’s en extra kosten te dekken. Door goede controle en continue gesprekken met leveranciers onderhandelen we een scherp tarief dat recht doet aan de dienstverlening.”

Specialistische kennis als tegenwicht

Om grip te houden op de ontwikkelingen schakelde Flex West-Brabant al vroeg externe expertise in. Annemarie, met tientallen jaren ervaring in de sector – zowel aan de kant van uitzendbureaus als in adviserende rollen – speelt daarin een centrale rol.

Zij analyseert prijsbladen, toetst berekeningen en gaat het gesprek aan met leveranciers over onderbouwingen en aannames. Dat vraagt diepgaande kennis van cao’s, kostenstructuren en marktontwikkelingen.

“Als je hier niet dagelijks mee bezig bent, is het onmogelijk om deze specialistische kennis in te kunnen zetten in de onderhandelingen,” zegt ze.

Die expertise betaalt zich uit. Door voorstellen kritisch te beoordelen en bij te sturen, blijven de kostenstijgingen in West-Brabant duidelijk onder het landelijk gemiddelde.

Regionale samenwerking als kracht

Een belangrijk deel van dat succes ligt in de manier waarop Flex West-Brabant georganiseerd is. Door de vraag van meerdere gemeenten te bundelen, ontstaat een sterkere positie richting leveranciers én ruimte om te investeren in specialistische kennis.

“Doordat het inhuurvolume gebundeld is, zijn gemeenten een interessantere partner,” zegt Annemarie. “En tegelijkertijd kunnen ze investeren in voldoende mankracht specifiek beschikbaar voor de gemeenten, voor een individuele partner is dit vaak niet mogelijk.”

Organisaties in de regio profiteren daarvan. Zij krijgen toegang tot expertise en schaalvoordelen die anders moeilijk te realiseren zijn.

Regie blijft lokaal

Hoewel externe kennis een belangrijke rol speelt, ligt de uitvoering bij Flex West-Brabant zelf. De organisatie verwerkt de nieuwe omrekenfactoren in de systemen, beheert contracten en zorgt voor de doorvertaling naar de deelnemende organisaties. Die combinatie van externe expertise en interne regie zorgt voor snelheid, controle en continuïteit.

Balans in de keten

Opvallend is dat het proces niet wordt benaderd als een strijd tussen gemeenten en leveranciers. Beide partijen hebben elkaar nodig: gemeenten voor personeel, leveranciers voor opdrachten.

“Het is echt een puzzel,” zegt Annemarie. “Je wilt de kosten zo laag mogelijk houden, maar leveranciers moeten wel kunnen blijven leveren.”

Die genuanceerde aanpak draagt bij aan duurzame samenwerking en voorkomt dat relaties onder druk komen te staan.

Investeren in professionalisering loont

De aanpak van Flex West-Brabant laat zien dat investeren in kennis, samenwerking en structuur loont. In een jaar waarin regelgeving ingrijpend veranderde en kosten onder druk stonden, bleef de stijging beheersbaar.

Of zoals het binnen de organisatie wordt samengevat: dit is geen werk dat je “erbij” doet, maar een vak apart. Juist door dat vak serieus te nemen, weten organisaties grip te houden op een steeds complexer speelveld.

Meer weten over de cao uitzenden of andere inhuurthema’s? Neem dan contact op met mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Terugblik Regionaal HR Event rondom eigenaarschap

Terugblik Regionaal HR Event rondom eigenaarschap

27 maart 2026 – Tijdens het regionale HR-event op 26 maart kwamen HR-professionals uit West-Brabant samen. In een energieke ochtend stond één thema centraal: eigenaarschap in de praktijk.

Op donderdag 26 maart verzamelden HR-professionals uit de regio zich voor een inspirerende bijeenkomst. Tijdens deze ochtend gingen deelnemers actief in gesprek over eigenaarschap en de rol die dit speelt binnen verschillende HR-thema’s. De bijeenkomst bood ruimte voor reflectie, nieuwe inzichten en praktische handvatten.

Eigenaarschap begint bij jezelf

Spreker Martine Veeger liet zien dat eigenaarschap soms een lastig begrip lijkt, maar vooral draait om gedrag en bewustwording. We kijken vaak naar anderen en vinden dat zij meer eigenaarschap moeten tonen. Maar dat verandert meestal weinig. Gedrag is namelijk altijd logisch. Wat je ziet bij een ander, roept een gevoel op. Dat gevoel groeit uit tot een mening over de samenwerking. Dit verklaart waarom samenwerken met de ene collega vanzelf gaat en met de andere minder. De belangrijkste les: kijk eerst naar jezelf. Stel vragen, blijf nieuwsgierig en bespreek irritaties op tijd. Door open te blijven en eerlijk te reflecteren, ontstaat meer begrip en rust in samenwerking. Deelnemers ontvingen na afloop het boek Superkrachten van Martine Veeger als inspiratiebron.

Samenwerken vraagt om een bewuste keuze

Tijdens de breakout sessie van de Regionale Werkplaats en Publiek Maatwerk stond de samenwerkingsmindset centraal. De kernboodschap was duidelijk: goede samenwerking begint bij jezelf. Deelnemers gingen aan de slag met vragen als: wat wil ik verbeteren in mijn werk? En wat kan ik bijdragen aan anderen? Door stil te staan bij kwaliteiten en uitdagingen ontstaat een stevige basis voor samenwerking. Initiatieven zoals de Regionale Werkplaats laten zien wat samenwerking oplevert. Denk aan betere kwaliteit, sneller leren en meer werkplezier. Toch zijn er vaak twijfels, zoals angst voor verlies van autonomie of extra afstemming. Juist deze “ja, maars” vormen de grootste drempel. Door ze bespreekbaar te maken en samen oplossingen te zoeken, ontstaat beweging. Kleine stappen helpen om van plannen naar actie te gaan.

Leren en ontwikkelen als motor voor eigenaarschap

In de sessie over leren en ontwikkelen werd duidelijk dat eigenaarschap begint met bewustwording. Teams en organisaties functioneren als systemen waarin iedereen invloed heeft. Sterke teams hebben duidelijke doelen, werken goed samen en geven elkaar feedback. Eigenaarschap verschuift daarbij van individueel naar gezamenlijk. Samen verantwoordelijkheid nemen voor het resultaat staat centraal. Tegelijkertijd zijn er patronen die dit kunnen blokkeren, zoals het vermijden van lastige gesprekken. Door deze patronen te herkennen en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor groei. Kleine interventies maken hierin het verschil. Bijvoorbeeld door te benoemen wat je ziet of door bewust te reflecteren op wat goed ging en wat beter kan.

Eigenaarschap bij rechtmatige inhuur

Ook het thema rechtmatige inhuur kwam aan bod. Hier werd duidelijk hoe belangrijk eigenaarschap is in een complex speelveld van regels en praktijk. Organisaties staan vaak onder druk om snel capaciteit in te huren. Dit kan botsen met wet- en regelgeving. Zonder bewuste keuzes ontstaan risico’s, bijvoorbeeld op juridisch of financieel vlak. Een belangrijke vraag is: wie is eigenaar van deze keuzes? In de praktijk wordt vaak naar HR gekeken, terwijl het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van HR, management en bestuur. Eigenaarschap betekent hier ook: durven grenzen stellen. Bijvoorbeeld “nee” zeggen als iets niet rechtmatig is. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, ontstaan betere en duurzamere keuzes.

Inzicht door verschillende perspectieven

Tijdens de interactieve HR-game ‘Niet van mij!’ keken deelnemers naar HR-vraagstukken vanuit verschillende rollen: HR, bestuur, management en de regio. Dit leverde waardevolle gesprekken op. Waar ligt het eigenaarschap nu? En klopt dat eigenlijk wel? Door samen te reflecteren ontstond meer inzicht én bewustwording. Onderwerpen zoals schaarse vacatures, externe inhuur en technologische ontwikkelingen kwamen hierbij aan bod. De sessie maakte duidelijk dat eigenaarschap niet vaststaat, maar voortdurend in beweging is.

Samen vooruitkijken

De bijeenkomst werd afgesloten met een vooruitblik. Op 24 november volgt een nieuwe editie van het regionale HR-event. De organisatie nodigt deelnemers uit om mee te denken over het thema.

De ochtend liet zien dat eigenaarschap geen vaststaand begrip is, maar een houding die vraagt om bewustzijn, reflectie en actie. Door klein te beginnen en samen te werken, kunnen organisaties stappen zetten naar betere samenwerking en sterkere resultaten. Voor vragen of meer informatie kun je contact opnemen met mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Terugblik ‘Recruitment & Overheid’

Terugblik ‘Recruitment & Overheid’

27 maart 2026 – Tijdens de bijeenkomst ‘Recruitment en overheid’ op 26 maart kwamen professionals uit het hele land samen. Het event bood inspiratie, herkenning en concrete inzichten voor de publieke sector.

De bijeenkomst ‘Recruitment en overheid’ bracht een gevarieerd programma met workshops, paneldiscussies en netwerkmomenten. Ook Kim Tax, consultant bij Publiek Maatwerk, was aanwezig. Zij deelt haar belangrijkste bevindingen en indrukken van de dag.

Sterk programma met brede onderwerpen

De dag startte met een gezamenlijke opening en een energizer, waarna deelnemers konden kiezen uit verschillende sessies. In de ochtend waren er drie rondes met workshops en presentaties.

De onderwerpen liepen sterk uiteen. Denk aan de rol van A.I. binnen de overheid, het behouden van jong talent en het inzetten van social media voor structurele werving. Ook thema’s zoals skill-based werven en de toekomst van de recruiter kwamen uitgebreid aan bod.

Deze brede opzet zorgde ervoor dat deelnemers hun eigen programma konden samenstellen. Hierdoor sloot de inhoud goed aan op verschillende rollen en behoeften binnen gemeenten en overheidsorganisaties.

Herkenning in de praktijk

Kim Tax nam deel aan de derde ronde, waarin zij aansloot bij een paneldiscussie over mobiliteitsplatformen en samenwerking binnen de publieke sector. Tijdens deze sessie werd één ding snel duidelijk: veel organisaties lopen tegen dezelfde uitdagingen aan als het gaat om werving en selectie. Denk aan krapte op de arbeidsmarkt, het vinden van de juiste doelgroep en het behouden van medewerkers.

Wat vooral opviel, was de herkenning tussen deelnemers. Gemeenten en organisaties bleken vaak met vergelijkbare vraagstukken te worstelen. Dit zorgde voor open gesprekken en waardevolle uitwisseling van ervaringen.

Meer samenwerken, minder concurrentie

Een belangrijk inzicht uit de paneldiscussie was het belang van samenwerking. In plaats van elkaar te zien als concurrenten, ligt er juist veel winst in het delen van kennis, netwerken en initiatieven. Een concreet voorbeeld is het gezamenlijk opzetten van traineeships of het delen van kandidaten via mobiliteitsplatformen. Door samen op te trekken, kunnen organisaties sterker staan op de arbeidsmarkt. Deze gedachte sluit goed aan bij regionale initiatieven, waarin samenwerking centraal staat. Het helpt niet alleen bij het invullen van vacatures, maar ook bij duurzame inzetbaarheid van medewerkers.

Inspiratie en netwerk als grote meerwaarde

Naast de inhoudelijke sessies bood het event veel ruimte om te netwerken. Tijdens de lunch en de speeddates in de middag konden deelnemers in korte tijd veel nieuwe contacten leggen. Het ochtendprogramma had veel waarde had opgeleverd. Het event zette haar aan het denken en gaf nieuwe ideeën voor de praktijk. De combinatie van inhoud en ontmoeting maakt dit soort bijeenkomsten volgens haar extra waardevol. Je hoort niet alleen theorie, maar ook hoe anderen het aanpakken.

Aanrader voor de regio

De bijeenkomst wordt zeker aanbevolen voor professionals binnen gemeenten en overheidsorganisaties. Het biedt inspiratie, praktische inzichten en de kans om het netwerk te versterken. Voor HR-professionals is het bovendien een goede manier om op de hoogte te blijven van trends, zoals A.I. in recruitment en nieuwe vormen van samenwerking. Of en wanneer er een volgende editie plaatsvindt, is op dit moment nog niet bekend.

Tot slot

De bijeenkomst ‘Recruitment en overheid’ liet zien dat veel organisaties met dezelfde uitdagingen te maken hebben. Juist door samen te werken en kennis te delen, kunnen gemeenten sterker en toekomstbestendiger worden in hun recruitmentaanpak. Wil je meer weten of hierover doorpraten? Neem contact op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Arbeidsmarkt 2026: iets minder heet, maar nog steeds krap

Arbeidsmarkt 2025-2026: iets minder heet, maar nog steeds krap

26 maart 2026 – In 2025 bleef de Nederlandse arbeidsmarkt krap, al zagen we richting het einde van het jaar duidelijke tekenen van afkoeling. CBS-cijfers laten zien dat in Q2 2025 de spanning nog rond 101 vacatures per 100 werklozen lag, maar dat dit in Q3 2025 kantelde naar 97 vacatures per 100 werklozen: voor het eerst in vier jaar waren er weer meer werklozen dan vacatures. Tegelijk benadrukt UWV dat de arbeidsmarkt in veel regio’s nog (zeer) krap is en dat tekorten hardnekkig blijven, mede door vergrijzing en mismatch in vaardigheden. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de rest van 2026?

Wat viel in 2025 extra op voor gemeenten?

Naast het landelijke beeld speelde bij gemeenten een eigen dynamiek: volgens A&O fonds Gemeenten daalde het aantal gemeentelijke vacatures in de eerste helft van 2025 met 37% ten opzichte van 2024 (ruim 6.800 minder vacatures), met in mei/juni weer een voorzichtige opleving. Dit wijst niet per se op “geen krapte”, maar vaak op terughoudendheid (prioriteren, financiële onzekerheid, langer intern schuiven) terwijl de tekorten in schaarse profielen blijven. De VNG koppelde dit breder aan de realiteit dat een groot deel van de gemeenten personeelstekort ervaart en dat arbeidsmarktstrategie een structureel thema is.

Vooruitblik 2026: meer “ruimte” op papier, krapte in de praktijkarbeidsmarkt 2026

Voor 2026 verwachten de grote ramers geen terugkeer naar een ruime arbeidsmarkt, maar wel een lichte ontspanning:

  • Het CPB raamt dat de werkloosheid oploopt van rond 3,8% (2025) naar circa 4,0% (2026).

  • UWV verwacht tot 2027 beperkte banengroei (dus geen enorme extra instroomruimte), terwijl de vraag in cruciale sectoren hoog blijft en vergrijzing doorzet.

  • UWV’s landelijke “Regio in Beeld 2025–2026” benadrukt bovendien: de economie groeit gematigd, maar de arbeidsmarkt wordt steeds meer begrensd door beschikbaar arbeidspotentieel; de oplossingsrichting verschuift naar productiviteit, anders organiseren en skills.

Wat betekent dit concreet voor HR-adviseurs bij gemeenten in 2026?

  1. Meer concurrentie op schaarse profielen blijft (ICT, planeconomie/RO, energietransitie, juridisch, data, specialisten sociaal domein).

  2. Meer kandidaten beschikbaar ≠ meer geschikte kandidaten: mismatch blijft een kernprobleem.

  3. Financiële druk kan gemeenten dwingen scherper te prioriteren en anders te organiseren (minder “extra fte”, meer slim herverdelen/automatiseren/regionaal bundelen).

Praktische tips voor gemeenten: wat je in 2026 nú al kunt doen

1) Ga van vacatureplanning naar capaciteitsplanning

  • Breng per opgave (bijv. Wmo/Jeugd, energietransitie, Omgevingswet) in kaart: welke werkzaamheden zijn kritisch, welke kunnen later, welke kunnen regionaal of anders ingericht.

  • Maak een “kritieke functies-lijst” (10–20 profielen) met: time-to-fill, risico op uitval, interne opvolging, opleidbaarheid.

Waarom: UWV wijst erop dat keuzes nodig zijn omdat krapte productiegroei en uitvoeringskracht begrenst.

2) Schrijf en selecteer skills-based (minder ‘eisenlijst’, meer ‘kan dit leren’)

  • Zet in vacatureteksten bovenaan: wat iemand na 3 maanden zelfstandig kan (3–5 bullets).

  • Maak onderscheid tussen: must-have skills (max. 3) en trainable skills (wat je intern kunt leren).

  • Gebruik assessment/werkproef op kernvaardigheden i.p.v. diploma’s als harde knip.

UWV benadrukt expliciet dat focus op vaardigheden (skills) mismatch kan verkleinen en overstappen makkelijker maakt.

3) Ontwerp je instroom als funnel, niet als losse vacatures

  • Richt “altijd-open” instroompaden in: traineeships, zij-instroom (bijv. klantcontact → sociaal domein), duale trajecten.

  • Bouw een regionale talentpool (kandidatenbank) zodat je goede kandidaten niet verliest na één procedure.

Dit sluit aan bij de structurele krapte en de noodzaak om onbenut potentieel beter te benutten.

4) Verkort de doorlooptijd en maak contact menselijker

  • Streef naar: eerste reactie binnen 48 uur, eerste gesprek binnen 7–10 dagen.

  • Voeg aan elke vacature toe: naam/nummer van een inhoudelijk contactpersoon + 1 alinea “zo ziet het proces eruit”.

In een krappe markt is snelheid een concurrentiefactor (zeker bij schaarse profielen).

5) Zet technologie in voor productiviteit, niet alleen voor werving

  • Automatiseer administratieve piekprocessen (bijv. standaardbrieven, triage van vragen, afspraakplanning).

  • Kijk waar AI kan ondersteunen (samenvatten, conceptteksten, kennisbank), maar borg kwaliteit en privacy.

UWV noemt AI/automatisering nadrukkelijk als factor die kansen én bedreigingen biedt; gemeenten kunnen hier productiviteitswinst boeken zonder extra fte.

6) Organiseer regionaal waar het logisch is

  • Deel specialistische capaciteit (juridisch, data, security, RO) via regionale samenwerking.

  • Bundel werving en zichtbaarheid via regionale arbeidsmarktplatformen en gezamenlijke campagnes: minder versnippering, meer instroom en hergebruik van kandidaten.

De trend naar samenwerking komt ook in UWV’s arbeidsmarktbeeld terug als noodzakelijke route bij blijvende krapte.

Slot: 2026 wordt het jaar van “slimmer organiseren”

2025 liet zien dat de arbeidsmarkt iets afkoelt, maar niet “oplost”. In 2026 komt er mogelijk iets meer ruimte in werkloosheidscijfers, terwijl de structurele druk (vergrijzing, mismatch, schaarse profielen) bij gemeenten blijft. Het verschil ga je maken met: scherpe prioritering, skills-based instroom, snellere processen, productiviteitswinst en regionale samenwerking.

Bronvermelding:

  1. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): www.cbs.nl

  2. Centraal Planbureau (CPB): Macro Economische Verkenning (MEV) 2025 en 2026, Raming werkloosheid, economische groei en arbeidsmarktspanning, www.cpb.nl

  3. UWV: Arbeidsmarktprognose 2025–2027, Regio in Beeld 2025–2026, Thema’s: structurele krapte, skills-mismatch, vergrijzing, productiviteit, sectorale tekorten, regionale verschillen in krapte, Analyse per beroepsgroep en sector, www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie, www.uwv.nl

  4. A&O fonds Gemeenten: Arbeidsmarktmonitor Gemeenten 2024–2025, Ontwikkeling aantal vacatures, instroom/uitstroom, krapte per functiegroep, Signalen over terughoudendheid vs. structurele tekorten, www.aeno.nl

  5. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): Publicaties en position papers over arbeidsmarktkrapte bij gemeenten, uitvoeringskracht en noodzaak van regionale samenwerking, www.vng.nl

  6. Internationale arbeidsmarktinzichten (contextueel): LinkedIn Economic Graph, OECD Employment Outlook, Thema’s: skills-based hiring, mobiliteit, arbeidsproductiviteit (gebruikt ter duiding, niet voor specifieke Nederlandse cijfers)

  • Alle kwantitatieve uitspraken zijn gebaseerd op CBS-, CPB- of UWV-publicaties.

  • Alle gemeentespecifieke duiding is gebaseerd op A&O fonds Gemeenten en VNG.

  • De praktische aanbevelingen zijn een vertaling van deze bronnen naar toepasbaar HR-beleid voor gemeenten.

Voortgang regionale aanbesteding Flexibele Arbeid – Flex West-Brabant

Voortgang regionale aanbesteding Flexibele Arbeid – Flex West-Brabant

10 maart 2026 – In onze regio wordt momenteel gewerkt aan een gezamenlijke aanbesteding voor flexibele arbeid. Deze aanbesteding wordt uitgevoerd namens Flex West-Brabant (onderdeel van het Mobiliteitscentrum) en moet aangesloten organisaties helpen om sneller en eenvoudiger tijdelijke capaciteit in te huren. Tot nu toe werd het traject begeleid door consultant Kim Tax van Publiek Maatwerk. Per april draagt zij het project over aan haar collega Thom Matthijssen. In dit artikel lees je waar het project momenteel staat, welke stappen al zijn gezet en wat de komende periode belangrijk wordt.

Doel van de aanbesteding

De regionale aanbesteding heeft als doel om te komen tot een versnelde en vereenvoudigde manier van het inhuren van flexibele arbeidskrachten. Door gezamenlijk aan te besteden kan de regio gebruikmaken van marktwerking en tegelijkertijd zorgen voor duidelijke afspraken met leveranciers. Het uiteindelijke doel is het afsluiten van een raamovereenkomst met drie mantelpartners. Deze contractpartners zullen in onderlinge concurrentie flexibele arbeidskrachten aanbieden. Daarmee wordt niet alleen snelheid in het proces nagestreefd, maar ook kwaliteit van de professionals die worden ingezet. De aanbesteding richt zich op meerdere vormen van flexibele arbeid: uitzendkrachten, detachering, zzp-inhuur en pools voor specifieke functiegroepen (wordt nog regionaal bepaald). Door deze vormen in één regionale overeenkomst samen te brengen, kunnen organisaties efficiënter gebruikmaken van de markt en tegelijkertijd kosten beheersen.

Voor welke organisaties?

De aanbesteding wordt uitgevoerd voor een brede groep organisaties binnen de regio. Het gaat om de volgende deelnemers: ABG Gemeenten, Belastingsamenwerking West-Brabant, Gemeente Altena, Gemeente Bergen op Zoom, Gemeente Breda, Gemeente Dongen, Gemeente Drimmelen, Gemeente Etten-Leur, Gemeente Geertruidenberg, Gemeente Goirle, Gemeente Halderberge, Gemeente Hilvarenbeek, Gemeente Loon op Zand, Gemeente Moerdijk, Gemeente Oisterwijk, Gemeente Oosterhout, Gemeente Roosendaal, Gemeente Rucphen, Gemeente Steenbergen, Gemeente Tholen, Gemeente Woensdrecht, Gemeente Zundert, ICT West-Brabant West, Omgevingsdienst Midden- & West-Brabant, West-Brabants Archief en Werkplein Hart van West-Brabant.

Door regionaal samen te werken ontstaat voldoende schaal om een raamovereenkomst af te sluiten. Individuele organisaties zouden anders bij elke inhuur opnieuw een aanbestedingstraject moeten doorlopen of afzonderlijke inkoopprocedures moeten starten.

Stand van zaken

Het project bevindt zich momenteel in de voorbereidingsfase. De belangrijkste activiteiten op dit moment zijn het opstellen van een Programma van Eisen (PvE) en het inventariseren van welke pools regionaal gewenst zijn. Een belangrijke mijlpaal die bijna is afgerond, is de machtigingsfase vanuit de deelnemende organisaties. Daarmee is formeel vastgelegd dat zij deelnemen aan het gezamenlijke traject. Daarnaast is er al een concept-inkoopstrategie opgesteld. Deze vormt de basis voor de verdere inrichting van de aanbesteding. Veel keuzes, bijvoorbeeld over de precieze opzet van de aanbesteding, worden momenteel uitgewerkt.

Samenwerking en input uit de regio

De voorbereiding gebeurt in nauwe samenwerking met de deelnemende organisaties. Hiervoor werkt het projectteam met een projectgroep die ongeveer elke drie weken bijeenkomt. In deze werksessies wordt input verzameld over wensen, knelpunten en uitgangspunten voor de aanbesteding. Een terugkerende uitdaging daarbij is om de rode draad uit alle verschillende behoeften te halen en deze te vertalen naar één Programma van Eisen dat voor alle organisaties werkt. Daarnaast worden de ondernemingsraden betrokken bij het traject. Zij hebben adviesrecht, waardoor elke deelnemende organisatie een adviesaanvraag moet voorleggen aan de eigen OR. In april staat bovendien een informatiesessie gepland voor alle deelnemende organisaties, waarin de stand van zaken en de vervolgstappen worden toegelicht.

Belangrijke uitgangspunten

Een aantal centrale uitgangspunten staat al vast voor de aanbesteding. Denk bijvoorbeeld aan regionale samenwerking door het samen optrekken om schaalvoordeel te realiseren. Ook is kwaliteit van professionals belangrijk. Leveranciers worden beoordeeld op gunnings- en kwaliteitscriteria. Tot slot zetten we in op kostenbeheersing door gezamenlijk aan te besteden. De regio kan hierdoor efficiënter inkopen. Daarnaast wordt nog onderzocht voor welke functies regionale pools kunnen worden ingericht. Het doel hiervan is om tijdelijke opdrachten sneller te kunnen invullen.

De voorbereidingen lopen momenteel door. De nieuwe contracten moeten volgens planning ingaan op 1 januari 2027. Tot die tijd wordt het aanbestedingstraject verder uitgewerkt en doorlopen.

Overdracht aan collega Thom Matthijssen

Per 1 april draagt Kim Tax het project over aan haar collega Thom Matthijssen. Thom zal de verdere uitwerking en uitvoering van het aanbestedingstraject begeleiden. Voor het vervolg van het traject geeft Kim hem twee belangrijke aandachtspunten mee: het goed betrekken van de afzonderlijke ondernemingsraden en de duidelijke communicatie richting gemeenten die niet in de projectgroep vertegenwoordigd zijn.

Wanneer is het traject succesvol?

Volgens Kim is de aanbesteding geslaagd wanneer drie voorwaarden worden gerealiseerd:

  1. Commitment van alle deelnemende organisaties.

  2. Het traject blijft binnen de geplande tijdslijnen.

  3. De nieuwe contracten kunnen daadwerkelijk ingaan per 1 januari 2027.

Voor de deelnemende organisaties moet vooral merkbaar worden dat tijdelijke opdrachten sneller ingevuld kunnen worden, onder andere door de inzet van pools. Daarnaast wordt van leveranciers verwacht dat zij actief meedenken met gemeenten en een proactieve rol innemen in de samenwerking.

Oproep aan aangesloten organisaties

De aanbesteding bevindt zich nog in een fase waarin input uit de regio belangrijk is. Organisaties die onderwerpen of aandachtspunten belangrijk vinden voor de toekomstige samenwerking met leveranciers, worden nadrukkelijk uitgenodigd om hierover mee te denken. Zoals Kim het verwoordt: “Denk vooral mee als je iets belangrijk vindt om mee te nemen in deze aanbesteding.” Met de overdracht aan Thom Matthijssen en de verdere uitwerking van het Programma van Eisen zet de regio de volgende stap richting een gezamenlijke, toekomstbestendige aanpak voor flexibele arbeid.

Meer weten over deze aanbesteding? Neem contact op met inhuurdesk@flexwestbrabant.nl.

Regionale Aanbesteding VMS-systeem

Regionale Aanbesteding VMS-systeem

6 maart 2026 – De regio werkt aan een nieuwe aanbesteding voor een Vendor Management Systeem (VMS). Met deze stap willen gemeenten en organisaties samen zorgen voor een toekomstbestendig platform voor externe inhuur.

Waarom een nieuwe aanbesteding nodig is

Het huidige contract met de VMS-leverancier loopt af op 31 december 2026. Daarom is het noodzakelijk om een nieuwe aanbesteding te starten voor een opvolgend systeem. Zonder aanbesteding kan het contract namelijk niet zomaar worden verlengd, omdat dit in strijd zou zijn met de aanbestedingswet. Tegelijkertijd vraagt de overgang om zorgvuldige planning. Het kan gebeuren dat een systeem pas ná eind 2026 volledig is geïmplementeerd. Om te voorkomen dat organisaties tijdelijk zonder VMS werken, worden er duidelijke afspraken gemaakt met de huidige leverancier over de overgangsperiode.

De kracht van regionaal aanbesteden

De aanbesteding wordt regionaal opgepakt. Dat levert verschillende voordelen op voor gemeenten en organisaties. Allereerst is er een financieel voordeel. Een aanbesteding van een VMS-systeem is complex en kost veel tijd. Door dit gezamenlijk te doen, hoeven organisaties deze inspanning niet allemaal afzonderlijk te leveren. Daarnaast ontstaat er een organisatorisch voordeel. Door kennis en expertise uit de regio te bundelen, wordt het proces sterker en professioneler. Gemeenten kunnen gebruikmaken van elkaars ervaring en inzichten. Een regionale aanpak helpt ook bij het verzamelen van waardevolle data over de arbeidsmarkt. Die informatie kan later gebruikt worden om tekorten beter te voorspellen of om organisaties proactief te adviseren.

Samen werken aan het aanbestedingsdocument

Voor de voorbereiding van de aanbesteding is een werkgroep gevormd. Hierin zitten key-users uit verschillende gemeenten, zoals Breda, Altena, Oosterhout en Moerdijk, samen met medewerkers van Flex West-Brabant. De werkgroep komt ongeveer eens per twee weken bijeen. Tijdens deze sessies worden de eisen en wensen voor het nieuwe systeem besproken. De deelnemers leveren vooraf hun input aan, waarna deze gezamenlijk wordt besproken en aangescherpt.

Naast deze werkgroep zijn er ook andere disciplines betrokken.

  • HR en inhuurdesks leveren inhoudelijke kennis over processen en behoeften.

  • ICT-specialisten kijken naar systeemvereisten en koppelingen.

  • Juridische adviseurs zorgen dat alles voldoet aan de aanbestedingsregels.

Door deze samenwerking ontstaat een aanbesteding die zowel inhoudelijk sterk als juridisch zorgvuldig is.

Wat kunnen organisaties de komende periode verwachten?

De komende maanden werken de werkgroepen verder aan het programma van eisen en wensen. Daarnaast worden mogelijk nog één of twee online sessies georganiseerd, zodat ook andere organisaties input kunnen leveren. De verwachting is dat de aanbesteding in het tweede kwartaal van dit jaar wordt gepubliceerd. Na de gunning volgt een nieuwe werkgroep voor de implementatie van de systemen. Als alles volgens planning verloopt, kunnen de nieuwe systemen in 2027 in gebruik worden genomen.

Tot slot

De regionale VMS-aanbesteding biedt een kans om samen te bouwen aan een toekomstbestendig systeem voor externe inhuur en werving. Door kennis te bundelen, ervaringen te delen en actief mee te denken, kunnen organisaties een platform realiseren dat de regio de komende jaren vooruit helpt. Wil je meer weten over dit traject of input leveren? Neem dan contact op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Ambtenaar van de toekomst: digitaal, wendbaar en waardevol

Ambtenaar van de toekomst: digitaal, wendbaar en waardevol

27 februari 2026 – Digitalisering en kunstmatige intelligentie veranderen het werk bij de overheid in hoog tempo. Niet de functie, maar de mens staat daarin centraal.

De opkomst van digitale technologieën dwingt overheidsorganisaties om kritisch te kijken naar rollen, vaardigheden en samenwerking. Van beleidsadviseur tot baliemedewerker: bijna elke functie krijgt te maken met andere verwachtingen en taken. De ambtenaar van de toekomst is wendbaar, digitaal vaardig en stevig geworteld in publieke waarden.

Van vaste functie naar flexibele rol

Wat betekent de digitale transformatie voor de dagelijkse praktijk? Het gaat niet alleen om het verdwijnen van routinetaken, maar juist om een inhoudelijke verschuiving. Denk aan het werk van een medewerker publiekszaken: waar voorheen het afhandelen van aanvragen centraal stond, draait het nu vaker om het begeleiden van inwoners met complexe vragen of uitzonderlijke situaties.

Ook toezichthouders krijgen een andere rol. Ze gebruiken data en algoritmes als hulpmiddel, maar moeten die informatie kunnen duiden en uitleggen aan inwoners. Dat vraagt om nieuwe kennis én een sterk ethisch kompas.

Nieuwe vaardigheden centraal

Wereldwijd onderzoek laat zien dat de vraag naar digitale vaardigheden én sociale competenties toeneemt richting 2030. Overheidsmedewerkers hoeven geen programmeur te worden, maar moeten wel begrijpen hoe technologie werkt en wat de impact is. Data-geletterdheid, analytisch denken, samenwerken en oordeelsvermogen worden onmisbaar.

Of zoals een expert het verwoordt: “De digitale overheid draait uiteindelijk om publieke waarden. Technologie ondersteunt, maar mensen maken het verschil.”

Wat als we niet meebewegen?

De risico’s van stilstand zijn reëel. Verouderde systemen en gebrekkige digitale kennis leiden nu al tot vertragingen of fouten in de uitvoering van beleid. Bovendien kan het vertrouwen van inwoners afnemen wanneer digitale dienstverlening niet werkt of onduidelijk is.

Daarbij komt dat overheidsorganisaties moeten concurreren met het bedrijfsleven op de arbeidsmarkt. Jong talent zoekt ontwikkelmogelijkheden en moderne werkomgevingen. Wie daar niet op inspeelt, loopt achterstand op.

Van leren naar organisatieontwikkeling

Gelukkig zijn er al mooie voorbeelden van hoe het anders kan. Steeds meer overheidsorganisaties kiezen voor een skillsgerichte benadering. Dat betekent: niet alleen kijken naar functies, maar naar wat mensen kunnen en willen leren. De rol van HR wordt strategisch, met aandacht voor interne mobiliteit, praktijkleren en maatwerk.

In onze regio speelt bijvoorbeeld het leerplatform Matz. een belangrijke rol. Organisaties kunnen via Matz. kiezen voor incompany trainingen, thematische leertrajecten en begeleiding op maat. Denk aan onderwerpen zoals digitale vaardigheden, leiderschap of samenwerken in hybride teams. Alles afgestemd op de praktijk én de toekomst.

Leiderschap als sleutel

Ook leidinggevenden krijgen een nieuwe rol. Ze zijn niet alleen teamcoördinator, maar ook coach en veranderaar. Ze helpen teams om wendbaar te blijven, stimuleren reflectie en maken ruimte voor experimenten. Zoals Jürgen Vissers, voormalig wethouder, het ervoer in zijn persoonlijke traject: “Een spiegel voorgehouden krijgen is waardevol – zo weet je wie je bent en wat je nodig hebt”.

Geen IT-project, maar een cultuurverandering

De digitale transformatie vraagt dus niet alleen om techniek, maar vooral om een andere manier van denken. Over het werk, over samenwerking en over leiderschap. Organisaties die dit goed aanpakken, versterken hun publieke waarde en blijven aantrekkelijk als werkgever.

Samengevat

De digitale overheid vraagt om meer dan alleen slimme systemen. Het gaat om mensen: digitaal vaardige, betrokken en samenwerkende ambtenaren. Door te investeren in leren, leiderschap en cultuurverandering kan de overheid de uitdagingen van morgen aan – met het vertrouwen van vandaag.

Vragen of sparren over digitale transformatie of leren in jouw organisatie? Neem contact op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Toekomstbestendig wonen met consultant Lennart

Toekomstbestendig wonen met consultant Lennart

26 februari 2026 – Wat begon als een beleidsopgave, is nu zichtbaar in het straatbeeld van Zundert. Consultant Lennart Arends werkte het afgelopen jaar aan de regeling Toekomstbestendig Wonen en ziet hoe beleid daadwerkelijk landt bij inwoners.

Voor veel HR-professionals binnen gemeenten is het herkenbaar: beleid maken is één ding, zorgen dat het werkt in de praktijk is iets anders. In de Zundert is die stap inmiddels gezet. De regeling Toekomstbestendig Wonen is vastgesteld, ingevoerd en actief onder de aandacht gebracht bij inwoners.

Twee nieuwe financiële producten via SVN

Binnen de regeling zijn twee nieuwe financiële producten toegevoegd via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN). Hiermee kunnen inwoners tegen aantrekkelijke voorwaarden investeren in:

  • Verduurzaming van hun woning
  • Levensloopbestendige aanpassingen
  • Verbetering van wooncomfort en kwaliteit

Denk bijvoorbeeld aan het isoleren van een jarenzeventigwoning, het plaatsen van zonnepanelen of het aanpassen van een badkamer zodat iemand langer zelfstandig thuis kan blijven wonen.

“De kracht van deze regeling zit in de combinatie van beleidsambitie en praktische toepasbaarheid,” vertelt Lennart. “We willen als gemeente niet alleen ambities formuleren, maar inwoners daadwerkelijk in staat stellen om stappen te zetten.”

Van beleidsontwikkeling naar uitvoering

De opdracht startte met het vertalen van gemeentelijke doelen op het gebied van duurzaamheid en wonen naar concrete financiële instrumenten. Dat vroeg om nauwe samenwerking. Intern met collega’s van wonen, sociaal domein, duurzaamheid en financiën. Extern met SVN over productvoorwaarden en uitvoeringskaders.

“Het was een zoektocht naar balans,” legt Lennart uit. “Je wilt maximale impact, maar ook uitvoerbaarheid en financiële beheersbaarheid borgen.”

Voor HR-professionals laat dit traject zien hoe belangrijk integraal werken is. Beleidsinhoud, juridische borging, financiële kaders en bestuurlijke besluitvorming moesten samenkomen in één helder en consistent geheel. Pas daarna kon de regeling worden vastgesteld en in werking treden.

Zichtbaar in de kernen

Na de vaststelling begon de volgende fase: communicatie. In verschillende kernen van Zundert is een campagne gestart, met onder meer trotters in het straatbeeld.

“Dat is het moment waarop je werk echt gaat leven,” zegt Lennart. “Je ziet inwoners letterlijk langs je beleidsproduct lopen. Dan besef je dat je niet alleen een regeling hebt geschreven, maar een instrument hebt ontwikkeld dat bijdraagt aan concrete keuzes van mensen.”

De eerste reacties zijn positief. Inwoners weten de regeling te vinden en maken er gebruik van. Daarmee draagt het instrument direct bij aan gemeentelijke doelstellingen rond energietransitie, woningkwaliteit en toekomstbestendig wonen.

Trots en vooruitkijken

De grootste uitdaging? Volgens Lennart lag die in het integraal samenwerken. Verschillende disciplines moesten elkaar vinden, met elk hun eigen belangen en kaders. Juist daar zit ook een belangrijke les voor organisaties: zorg voor duidelijke rollen, heldere afspraken en ruimte voor afstemming.

Waar is hij het meest trots op?

“Dat dit geen papieren werkelijkheid is gebleven. Het instrument staat, wordt actief onder de aandacht gebracht en helpt inwoners daadwerkelijk verder.”

De komende periode staat in het teken van monitoring en doorontwikkeling. Hoe wordt de regeling benut? Welke doelgroepen maken er gebruik van? En waar kan nog worden geoptimaliseerd? Door deze vragen structureel te volgen, blijft de regeling aansluiten bij de praktijk.

Zoals Lennart het zelf zegt: “Beleidsontwikkeling krijgt pas echt waarde als het zichtbaar wordt in de samenleving. Dat is waar je het voor doet.”

De kernboodschap is helder: beleid krijgt pas betekenis als het landt bij inwoners. Door integraal te werken en uitvoering vanaf het begin mee te nemen, maak je als organisatie echt impact.

Meer weten over dit traject of over inzet van consultants binnen jouw organisatie? Neem dan contact op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

 

Kennis behouden na pensioen: Publiek Maatwerk Next

Kennis behouden na pensioen: Publiek Maatwerk Next

26 februari 2026 – Hoe benut je de kennis en ervaring van gepensioneerde ambtenaren, juist nu de arbeidsmarkt onder druk staat? Publiek Maatwerk (Next) biedt gemeenten een laagdrempelige en maatschappelijk verantwoorde oplossing.

Flexibel doorwerken, ook na pensioen

Met de toenemende vergrijzing verliezen overheden veel waardevolle kennis. Tegelijkertijd zijn er gepensioneerden die nog graag een bijdrage willen leveren, maar niet fulltime of onder commerciële voorwaarden. Publiek Maatwerk Next speelt hierop in met een regionaal en mensgericht initiatief dat draait om kennisbehoud, flexibiliteit en maatschappelijke meerwaarde.

Wat is Publiek Maatwerk Next?

Next is een uitbreiding op het bestaande netwerk van Publiek Maatwerk consultants, gericht op professionals die (bijna) met pensioen zijn maar nog niet klaar zijn met hun vak. Denk aan strategen, adviseurs of vakspecialisten, die graag projectmatig blijven bijdragen, op hun eigen voorwaarden.

Deelnemers kunnen opdrachten doen die passen bij hun expertise en beschikbaarheid. Coaching of mentoring is een optie, maar geen vereiste. “We zien in de praktijk dat veel van deze professionals het juist leuk vinden om hun kennis te delen,” vertelt Annabelle Wagemans, projectleider Publiek Maatwerk Next. “Dat is winst voor iedereen: collega’s leren van elkaar én we behouden cruciale kennis voor de regio.”

Kennisdeling met De Doorwerkambtenaar

Recent sprak Annabelle met De Doorwerkambtenaar, een landelijk initiatief dat zich specifiek richt op gepensioneerde ambtenaren. Deze organisatie helpt gemeenten door ervaren collega’s tijdelijk terug te halen voor passende opdrachten. Hun aanpak is pragmatisch en gericht op directe inzet via een doorwerkregeling.

Hoewel Publiek Maatwerk Next en De Doorwerkambtenaar verschillende accenten leggen, is er ook veel gemeenschappelijke grond:

  • Behoud van kennis en continuïteit
  • Inzet van ervaren professionals
  • Antwoord op personeelstekort

De verschillen? De Doorwerkambtenaar richt zich specifiek op gepensioneerde ambtenaren die via een externe constructie werken, terwijl Publiek Maatwerk regionaal verankerd is en deelnemers onderdeel worden van Mobiliteitscentrum West-Brabant. Er is bij Publiek Maatwerk Next geen commercieel belang en de nadruk ligt op zingeving, regionale samenwerking en kennisoverdracht.

Uit de ervaring van De Doorwerkambtenaar blijkt: dit levert het op

Voor gemeenten:

  • Snelle inzet van ervaren professionals
  • Geen langdurige verplichtingen
  • Ondersteuning bij complexe opgaven

Voor deelnemers:

  • Flexibel blijven werken op eigen voorwaarden
  • Zingeving en maatschappelijke betrokkenheid

Voor de regio/organisaties:

  • Behoud van waardevolle kennis
  • Minder afhankelijkheid van externe bureaus
  • Sterkere arbeidsmarktpositie

Publiek Maatwerk Next biedt – net als De Doorwerkambtenaar – gepensioneerde professionals een waardevolle en flexibele manier om actief te blijven, maar dan wel binnen de regio waarin je al actief was. Het initiatief helpt gemeenten om hun kennis op peil te houden en zorgt voor sterke verbindingen tussen generaties. Geen commercieel model, maar een regionale beweging die draait om wederzijdse versterking.

Meer weten of meedoen? Mail naar: mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.