Van werven naar bouwen: hoe gemeenten leren en ontwikkelen opnieuw uitvinden

Van werven naar bouwen: hoe gemeenten leren en ontwikkelen opnieuw uitvinden

8 oktober 2026 – De tijd dat een vacaturetekst voldoende was om nieuwe collega’s te vinden, is voorbij. Gemeenten ervaren de krapte op de arbeidsmarkt dagelijks. Waar HR vroeger vooral draaide om werven, ligt de nadruk nu steeds vaker op het bouwen aan skills: het opleiden, bijscholen en omscholen van de eigen mensen.

Die beweging komt niet uit de lucht vallen. De rijksoverheid stimuleert leven lang ontwikkelen (LLO) via regelingen als Praktijkleren en via platforms als Leeroverzicht. Ook in de gemeentelijke sector zijn er inmiddels talloze hulpmiddelen: van TalentSpiegel van het A&O fonds Gemeenten tot digitale leerplatformen zoals Matz.

Skills centraal: de doorbraken

Innovaties helpen gemeenten de stap van functiegericht naar skills-based HR te maken. Zo worden in verschillende regio’s skills-paspoorten getest, die medewerkers inzicht geven in hun vaardigheden en groeimogelijkheden. Ook nemen micro-credentials een vlucht: korte, erkende leeruitkomsten die in mbo, hbo en wo al duizenden keren zijn uitgereikt.

In gemeentelijke programma’s worden daarnaast leerpaden ontwikkeld voor VTH en ICT-functies, cruciaal in de energietransitie en digitalisering. En steeds vaker koppelen HR-afdelingen persoonlijke leertegoeden rechtstreeks aan hiaten die zichtbaar worden in strategische personeelsplanning (SPP).

Leren als cultuur

Het gaat niet alleen om instrumenten, maar ook om cultuur. Gemeente Hengelo maakte de omslag naar een digitale leercultuur, waarin medewerkers elke week korte leersnacks volgen in plaats van één keer per jaar een cursusdag 7. Het resultaat? Hogere adoptie, minder werkdruk én een flexibeler organisatie.

Ook landelijk zien we de beweging. De OECD spreekt over een internationale shift naar skills-first werken, waarin vaardigheden belangrijker worden dan diploma’s 8. De ESCO-taxonomie van de Europese Commissie maakt het mogelijk om vaardigheden eenduidig te beschrijven en in HR-processen te gebruiken.

Voorbeelden die inspireren

Binnen de overheid zijn er al concrete cases. Naast Hengelo werkt het A&O fonds Gemeenten samen met diverse gemeenten om skillsprofielen in te zetten voor interne mobiliteit 2. In Amsterdam bundelen onderwijsinstellingen, werkgevers en de gemeente hun krachten in House of Skills, met pilots rond skillsmatching en het skillspaspoort.

Ook buiten de overheid gebeurt veel. Op Schiphol loopt een pilot met een skillspaspoort waarmee medewerkers makkelijker van baan kunnen wisselen. En in Gent wordt gewerkt aan een lokale variant van House of Skills.

Klein beginnen, snel baten

Veel HR-afdelingen vragen zich af: moeten we eerst een groot programma optuigen? Het antwoord is: nee. Juist kleine stappen leveren vaak snel resultaat op.

Een teamfoto van skills maken met TalentSpiegel en daar één of twee korte leerpaden aan koppelen, verhoogt direct de productiviteit.

Een leerplaats inrichten voor een knelpuntfunctie en gebruikmaken van de regeling Praktijkleren bespaart op begeleidingskosten en bouwt een interne pijplijn op.

Het uniformeren van de taal met behulp van ESCO maakt werving en mobiliteit efficiënter.

Routekaart naar skills-based HR

Gemeenten die het breder willen aanpakken, kunnen in zes maanden veel bereiken:

Kies één skillstaal en maak een nulmeting.

Ontwerp micro-leerpaden en richt leerplaatsen in.

Test een skills-paspoort in een domein en neem skills op in vacatures en gesprekscyclus.

Belangrijk daarbij is de samenwerking: met collega-gemeenten via het A&O fonds, met de VNG voor scenario-spelen, en met regionale partners in onderwijs en bedrijfsleven 63.

Wetenschap als steun

De beweging richting skills-based HR is stevig onderbouwd. Volgens de OECD Skills for Jobs (2024) liggen de grootste tekorten bij hoog- en middelskills 12. Onderzoek van Harvard en Burning Glass laat zien dat organisaties die diploma-eisen loslaten, een bredere en diversere vijver aan talent bereiken—mits de processen daarop worden ingericht 13. En een studie van Bruegel (2023) toont aan dat werknemers met groene en digitale skills inmiddels aanzienlijke loonpremies ontvangen.

Het momentum is nu

De noodzaak is duidelijk, de middelen zijn er, en de eerste successen zijn geboekt. Gemeenten die klein beginnen en snel opschalen, ervaren directe baten: kortere doorlooptijd van vacatures, minder inhuur en een lerende organisatie die klaar is voor de toekomst.

De weg naar een skills-based gemeente is geen verre stip, maar een route die vandaag al kan beginnen.

Bronnen:RVO – Praktijkleren & LLO-regelingen, A&O fonds Gemeenten – TalentSpiegel en cases, House of Skills (Amsterdam) – skillspaspoort en matching, OCW – Micro-credentials pilot (mbo/hbo/wo), VNG – leerpaden voor VTH/ICT en koppeling met GEMMA, A&O fonds/VNG – Strategische Personeelsplanning, Gemeente Hengelo – digitale leercultuur met SkillsTown, OECD (2025) – Skills-first report, Europese Commissie – ESCO taxonomie, AWVN/Schiphol pilot skillspaspoort, Stad Gent – House of Skills variant, OECD Skills for Jobs (2024), Harvard/Burning Glass Institute – Skills-based hiring reality check, Bruegel (2023) – loonpremies voor groene/AI-skills.

Europese richtlijn loontransparantie: gemeenten moeten zich nu al voorbereiden

Europese richtlijn loontransparantie: gemeenten moeten zich nu al voorbereiden

22 september 2026 – De Europese richtlijn loontransparantie brengt nieuwe verplichtingen met zich mee voor werkgevers. Nederland werkt momenteel aan de nationale wetgeving die deze richtlijn moet invoeren. De verwachting is dat de nieuwe regels op 1 januari 2027 in werking treden. Gemeenten doen er daarom verstandig aan om hun beleid, processen en beloningssystematiek tijdig tegen het licht te houden.

Meer transparantie over beloning

De richtlijn heeft als doel om werkgevers transparanter te laten zijn over beloning, functiewaardering en eventuele beloningsverschillen tussen vrouwen en mannen. Voor medewerkers die rechtstreeks bij een gemeente in dienst zijn, ligt de verantwoordelijkheid voor naleving volledig bij de gemeente als werkgever. Dat geldt onder meer voor functiewaardering, werving en selectie, het afhandelen van informatieverzoeken van medewerkers en mogelijke rapportageverplichtingen.

Voor medewerkers die via detachering of uitzending worden ingehuurd, gaat het huidige wetsvoorstel uit van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de leverancier als formele werkgever en de gemeente als inlener. De precieze verdeling van verantwoordelijkheden wordt nog besproken in de parlementaire behandeling.

Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) geldt de wet in principe niet wanneer sprake is van een daadwerkelijke zelfstandige opdracht. Wel blijft aandacht nodig voor mogelijke schijnzelfstandigheid. Als een arbeidsrelatie achteraf als dienstverband wordt beschouwd, kunnen de verplichtingen alsnog van toepassing zijn.

Wetgeving nog in ontwikkeling

Het wetsvoorstel voor de implementatie van de richtlijn werd op 21 mei 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. Vervolgens zijn op 29 juni 2026 vragen gesteld over onder meer de rapportageplicht, de positie van ingehuurde arbeidskrachten en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen leveranciers en inleners. Omdat de beantwoording van deze vragen nog niet beschikbaar was op het moment van schrijven, kan de uiteindelijke wet op onderdelen nog veranderen.

Ondanks deze onzekerheden wordt gemeenten geadviseerd nu al voorbereidingen te treffen, zodat zij straks tijdig aan de nieuwe verplichtingen kunnen voldoen.

Extra aandacht voor gemeenten

Voor gemeenten geldt een bijzonder aandachtspunt. De Europese termijn om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving verstreek op 7 juni 2026, maar Nederland heeft deze deadline niet gehaald. Daardoor kunnen werknemers van een overheidswerkgever zich mogelijk onder bepaalde omstandigheden rechtstreeks beroepen op onderdelen van de Europese richtlijn. Gemeenten doen er daarom verstandig aan om hun huidige beleid en processen nu al te toetsen aan de uitgangspunten van de richtlijn.

Dit verandert er voor gemeenten

De richtlijn introduceert verschillende verplichtingen. Zo moeten gemeenten kunnen aantonen dat functies, salarisschalen, doorgroeimogelijkheden en andere beloningsonderdelen gebaseerd zijn op objectieve en genderneutrale criteria.

Ook tijdens het wervings- en selectieproces wordt meer openheid verwacht. Werkzoekenden moeten vóór de loononderhandeling informatie ontvangen over het aanvangssalaris of de salarisbandbreedte. Het opnemen van deze informatie in vacatureteksten is hiervoor de meest eenvoudige oplossing. Daarnaast mogen kandidaten niet worden gevraagd naar hun salarisgeschiedenis, moeten functietitels en vacatureteksten genderneutraal zijn en moeten selectieprocedures objectief en niet-discriminerend worden ingericht.

Daarnaast krijgen werknemers recht op informatie over de opbouw van hun eigen beloning, de criteria voor bijvoorbeeld salarisverhogingen en het gemiddelde salaris binnen vergelijkbare functiecategorieën.

Rapporteren over de genderloonkloof

Organisaties met 100 medewerkers of meer krijgen onder de Europese richtlijn een rapportageplicht over de genderloonkloof binnen functiecategorieën. Wanneer sprake is van een loonkloof van 5 procent of meer die niet kan worden verklaard door objectieve, genderneutrale factoren, moet een loonevaluatie worden uitgevoerd.

De frequentie van rapporteren hangt af van de omvang van de organisatie. Organisaties met 100 tot en met 249 werknemers rapporteren eens per drie jaar. Organisaties met meer dan 250 werknemers moeten jaarlijks rapporteren. Voor organisaties met minder dan 100 werknemers geldt geen rapportageplicht.

Stappenplan voor voorbereiding

Om gemeenten te helpen bij de voorbereiding beschrijft het document een praktisch stappenplan. Daarbij wordt geadviseerd om eerst een nulmeting uit te voeren, waarbij onder meer wordt gekeken naar functiewaarderingen, wervingsprocessen, informatieverzoeken, externe inhuur en de mogelijke rapportageplicht. Vervolgens kunnen functiewaarderingen en beloningsstructuren worden getoetst op objectiviteit en genderneutraliteit.

Ook het wervingsproces verdient aandacht. Vacatureteksten, selectieprocedures en communicatie over salaris moeten worden beoordeeld op de nieuwe eisen. Daarnaast wordt geadviseerd een proces in te richten voor informatieverzoeken van medewerkers, inclusief aandacht voor privacy en AVG-vraagstukken.

Verder is het belangrijk om tijdig voorbereidingen te treffen voor eventuele rapportages en duidelijk vast te leggen wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor onderdelen zoals functiewaardering, beloningsbeleid, werving, externe inhuur, rapportages, informatieverzoeken, loonevaluaties en juridische toetsing. Jaarlijkse evaluatie helpt om de processen actueel te houden.

Ondersteuning door Flex West-Brabant

Hoewel Flex West-Brabant geen wettelijke verantwoordelijkheid heeft voor de naleving van de loontransparantieverplichtingen, kan de organisatie gemeenten wel ondersteunen. Denk daarbij aan kennisdeling over wet- en regelgeving, ondersteuning bij afspraken met leveranciers, hulp bij rapportages, signalering van risico’s rond schijnzelfstandigheid en het beantwoorden van vragen over de gevolgen voor het inhuurproces.

Meer weten? Neem dan contact op met inhuurdesk@flexwestbrabant.nl.

Oproep: Maak ontwikkeling normaal, niet bijzonder | Week van de loopbaan

Maak ontwikkeling normaal, niet bijzonder

18 september 2026 – Tijdens de Week van de Loopbaan staan we stil bij het belang van loopbaanontwikkeling. Iedere dag belichten we een andere kant van het onderwerp. Vandaag: hoe je ontwikkeling van een jaarlijks gesprek kunt veranderen in een normaal onderdeel van het dagelijkse werk.

Gemeenten doen al veel. Volgens de Personeelsmonitor Gemeenten 2025 gebruikt 93 procent ontwikkelgesprekken met de leidinggevende om mobiliteit te stimuleren. Loopbaangesprekken en -trajecten met interne begeleiding worden door 67 procent ingezet. De interessante vervolgvraag is: wat gebeurt er ná zo’n gesprek? Een medewerker kan aangeven meer uitdaging te willen, iets nieuws te willen leren of nieuwsgierig te zijn naar een ander vakgebied. Maar zodra de agenda weer volloopt, blijft ontwikkeling gemakkelijk een goed voornemen.

Eén gesprek per jaar is niet genoeg

De Cao Gemeenten 2025–2027 bepaalt dat werkgever en werknemer regelmatig het functioneren bespreken en samen verantwoordelijk zijn voor duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief. Dat woord regelmatig is belangrijk. Ontwikkeling laat zich moeilijk organiseren in één formeel gesprek per jaar. Ambities veranderen, werk verandert en een project kan onverwacht nieuwe interesses blootleggen. Een ontwikkelgesprek hoeft daarom niet altijd een uur te duren. Het kan ook een korte vervolgvraag zijn:

  • Hoe gaat het met wat je wilde leren?
  • Je wilde meer ervaring opdoen met data. Is daar al iets mee gebeurd?
  • Wat heb je in dit project ontdekt over wat bij je past?

Juist die kleine momenten maken ontwikkeling onderdeel van het werk.

Spreek altijd één vervolgstap af

Veel ontwikkelwensen stranden niet op gebrek aan motivatie, maar op onduidelijkheid over de volgende stap. De medewerker heeft nog geen plan, de leidinggevende weet niet direct wat passend is en HR heeft misschien mogelijkheden die niet bekend zijn. Een ontwikkelwens hoeft niet meteen een compleet loopbaanplan te worden. Spreek liever één concrete stap af. Bijvoorbeeld:

  • praten met iemand uit een ander team;
  • aansluiten bij een tijdelijke klus of project;
  • een training onderzoeken;
  • een dag meelopen;
  • een loopbaangesprek plannen;
  • of met een coach onderzoeken wat de ontwikkelvraag precies is.

De stap hoeft niet groot te zijn, maar moet wel bestaan.

Maak mogelijkheden herkenbaar

Daar ligt een belangrijke rol voor HR. Gemeenten hebben vaak meer ontwikkelmogelijkheden dan medewerkers weten: opleidingen, projecten, interne vacatures, detachering, coaching of loopbaangesprekken. Maar een regeling op intranet is nog geen zichtbare mogelijkheid. Vertel daarom niet alleen wat er is, maar ook wanneer iemand er iets aan kan hebben. Niet alleen: “Wij bieden loopbaancoaching.” Maar bijvoorbeeld: “Wil je onderzoeken welke talenten je meer kunt inzetten in je huidige functie?” Of: “Je hoeft niet te willen vertrekken om een loopbaanvraag te hebben.” Taal bepaalt mede hoe hoog de drempel voelt.

Coaching hoeft niet te betekenen dat er iets mis is

Als coaching vooral wordt genoemd bij stress, uitval of twijfel over een baan, ontstaat snel het beeld dat er eerst een probleem moet zijn. Terwijl een coach ook kan helpen bij veel normalere vragen: waar krijg ik energie van? Wat wil ik leren? Welke kwaliteiten gebruik ik te weinig? Hoe wil ik meebewegen als mijn werk verandert? De leidinggevende blijft belangrijk: die kan mogelijkheden creëren, ruimte geven en ontwikkeling bespreekbaar maken. Maar een leidinggevende vertegenwoordigt ook het belang van het team en de organisatie. Een onafhankelijke coach kan daarnaast ruimte bieden om vrijuit te onderzoeken wat iemand wil en nodig heeft.

Geef ontwikkeling ook echt ruimte

Een bekende drempel blijft: “Ik wil wel, maar wanneer?” Juist bij personeelstekorten en volle agenda’s schuift ontwikkeling gemakkelijk op. Een ontwikkelcultuur vraagt daarom niet alleen om toestemming, maar ook om daadwerkelijke ruimte. Dat kan een opleiding zijn, maar ook een ochtend meelopen, deelnemen aan een project of een uur met een coach. Ontwikkeling is geen extraatje ná het gewone werk. Het helpt medewerkers om hun werk ook op langere termijn goed en met plezier te blijven doen.

Wat kan HR morgen al doen?

Een ontwikkelcultuur bouwen klinkt groot, maar één kleine aanpassing kan al verschil maken. Kijk bijvoorbeeld naar het ontwikkelgesprek. Wordt alleen gevraagd: “Wat wil je ontwikkelen?” Voeg dan voortaan toe: “Welke eerste stap gaan we daar na dit gesprek samen in zetten?” en kijk naar de communicatie over coaching. Komt coaching alleen in beeld bij stress, reorganisatie of vertrek? Of ook bij nieuwsgierigheid, reflectie en ontwikkeling?

Maak de mogelijkheden zichtbaar

Voor medewerkers van aangesloten organisaties biedt Mobiliteitscentrum West-Brabant verschillende vormen van coaching en loopbaanbegeleiding. Een medewerker hoeft daarvoor niet al te weten wat de oplossing is. Juist vragen als wat wil ik?, waar ben ik goed in? en hoe wil ik mij verder ontwikkelen? zijn een prima aanleiding om onafhankelijk te sparren. Afhankelijk van de organisatie zijn deze mogelijkheden kosteloos of tegen een aantrekkelijk tarief beschikbaar.

Voor HR en leidinggevenden ligt er vooral een kans: zorg dat medewerkers weten dat de mogelijkheid er is, vóórdat ze haar dringend nodig hebben. Want als de Week van de Loopbaan één gedachte mag achterlaten, laat het dan deze zijn: Ontwikkeling is geen bijzonder moment in een loopbaan. Het hoort gewoon bij werken.

Meer weten over loopbaanontwikkeling en de mogelijkheden in de regio? Neem dan contact met ons op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Het werk verandert. Ontwikkelt de medewerker mee? | Week van de Loopbaan

Het werk verandert. Ontwikkelt de medewerker mee?

17 september 2026 – Tijdens de Week van de Loopbaan staan we stil bij het belang van loopbaanontwikkeling. Iedere dag belichten we een andere kant van het onderwerp. Vandaag: waarom ontwikkeling niet alleen gaat over wat iemand nú wil, maar ook over wat medewerkers nodig hebben om mee te bewegen met het werk van morgen.

Het werk binnen gemeenten verandert. Door AI en digitalisering, maar ook door nieuwe maatschappelijke opgaven, personeelstekorten en een ouder wordend personeelsbestand. De vraag is daarom niet alleen of medewerkers hun werk vandaag goed kunnen doen, maar ook of zij voorbereid zijn op wat straks van hen wordt gevraagd. De Personeelsmonitor Gemeenten 2025 laat een interessant tussenbeeld zien. Bij 85 procent van de gemeenten worden medewerkers getraind in het werken met AI, terwijl 61 procent aangeeft dat AI nog geen structurele invloed heeft op de uitvoering van het werk. Juist nu is er dus ruimte om vooruit te kijken.

Werk verandert vaak voordat functies verdwijnen

Verandering is niet altijd spectaculair. Een beleidsadviseur gebruikt AI voor een eerste tekstversie. Een administratief medewerker krijgt nieuwe digitale hulpmiddelen. Inwoners verwachten andere dienstverlening. Een leidinggevende begeleidt een team waarin verschillende generaties en nieuwe technologie samenkomen.

De functie kan dezelfde naam houden, terwijl de inhoud verschuift. Daarom is ontwikkeling niet pas relevant wanneer iemand zijn huidige werk niet meer kan doen. Juist vóór dat moment kunnen medewerkers onderzoeken welke kennis en vaardigheden zij willen versterken. Dat gesprek hoeft niet te beginnen met de vraag “welke functie wil je hierna?” Een betere start kan zijn:

  • Welke werkzaamheden veranderen in jouw vak?
  • Waar ben je goed in en wat wil je verder ontwikkelen?
  • Welke vaardigheden zijn ook bruikbaar als je werk verandert?
  • Waarvoor weten collega’s jou nu al te vinden?

Zo verschuift de aandacht van functietitels naar vaardigheden en talenten.

Vergrijzing maakt vooruitkijken extra belangrijk

Technologie is maar één kant van het verhaal. Bijna een derde van de gemeenteambtenaren is 55 jaar of ouder. Als de huidige personeelssamenstelling gelijk blijft, bereikt naar verwachting ongeveer een derde van de medewerkers binnen tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd. Dat betekent dat gemeenten tegelijk moeten investeren in jong talent én moeten nadenken over de kennis en ervaring die de komende jaren de organisatie verlaat.

Loopbaanontwikkeling is daarom ook voor ervaren medewerkers relevant. Niet alleen met de vraag “wat wil ik hierna?”, maar bijvoorbeeld: welke rol wil ik de komende jaren spelen? Welke kennis wil ik overdragen? Waar krijg ik nog energie van?

Aan de andere kant zoeken jonge medewerkers juist zichtbaar perspectief. Dat hoeft niet altijd promotie te zijn. Een project, opleiding, tijdelijke klus, nieuwe verantwoordelijkheid of meelopen op een ander vakgebied kan ook ontwikkeling bieden.

Koppel individuele ontwikkeling aan personeelsplanning

Hier raken loopbaanontwikkeling en strategische personeelsplanning elkaar. Strategische personeelsplanning kijkt vooruit: welk werk komt op ons af, welke kennis en vaardigheden hebben we straks nodig en waar ontstaan tekorten? Loopbaanontwikkeling stelt dezelfde vragen vanuit de medewerker: wat kan ik, wat wil ik en waar kan mijn talent in de toekomst het beste worden ingezet? Wanneer die twee perspectieven samenkomen, ontstaat ruimte. Een gemeente die weet dat digitale vaardigheden belangrijker worden, kan gericht zoeken naar medewerkers die daar nieuwsgierig naar zijn. Een team waar veel ervaren collega’s richting pensioen gaan, kan jonge medewerkers eerder laten meelopen en kennis laten overnemen. Ontwikkeling wordt dan niet alleen een individueel voordeel, maar ook onderdeel van de toekomst van de organisatie.

Onzekerheid hoeft geen uitgewerkt plan te worden

Veranderend werk kan ook onzeker maken. Kan ik straks nog mee? Wat betekent AI voor mijn functie? Moet ik nu iets leren terwijl ik nog niet weet hoe mijn werk eruit gaat zien? Een cursus is dan niet altijd het eerste antwoord. Soms is er eerst ruimte nodig om te onderzoeken wat iemand al kan, waar de kracht ligt en welke ontwikkeling past. Daar kan een onafhankelijke coach bij helpen. Niet door te voorspellen hoe een functie er over vijf jaar uitziet, maar door samen te kijken naar kwaliteiten die iemand meeneemt, wat energie geeft en welke veranderingen kansen bieden.

Coach Rini Nieuwkamer koppelt werkplezier aan regelmatig stilstaan bij vragen als: past dit werk nog bij mij? en krijg ik hier nog energie van? Voor het werk van morgen zou daar nog één vraag bij kunnen:

“Als mijn werk de komende jaren verandert, wat wil ik dan graag meenemen en wat zou ik willen ontwikkelen?”

Wacht niet tot de toekomst er al is

Voor HR betekent dit: wacht niet tot een functie daadwerkelijk verandert of verdwijnt. Praat eerder met medewerkers over ontwikkelingen in hun vak. Maak talenten en vaardigheden zichtbaar. Denk tijdig na over kennisoverdracht. En verbind individuele ontwikkelwensen aan wat de organisatie straks nodig heeft. Voor medewerkers van aangesloten organisaties biedt Mobiliteitscentrum West-Brabant verschillende mogelijkheden om met een onafhankelijke coach stil te staan bij loopbaan, talenten, vaardigheden en toekomst. Juist wanneer de volgende stap nog niet duidelijk is, kan zo’n gesprek helpen om het vertrekpunt scherp te krijgen. Niemand weet precies hoe het gemeentelijke werk er over vijf jaar uitziet. Maar je kunt vandaag wel beginnen met de vraag of medewerkers klaar zijn om daarin mee te bewegen.

Meer weten over loopbaanontwikkeling en de mogelijkheden in de regio? Neem dan contact met ons op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Week van de loopbaan: Waarom wachten tot iemand vastloopt?

Waarom wachten tot iemand vastloopt?

16 september 2026 – Tijdens de Week van de Loopbaan staan we stil bij het belang van loopbaanontwikkeling. Iedere dag belichten we een andere kant van het onderwerp. Vandaag: waarom coaching niet alleen een hulpmiddel hoeft te zijn als iemand al vastloopt, maar juist eerder kan helpen om signalen en ontwikkelvragen bespreekbaar te maken.

Binnen gemeenten is daar alle reden toe. Het langdurig verzuim nam in 2025 toe. Werkdruk en stress werden door 67 procent van de gemeenten genoemd als oorzaak van lang of extra lang verzuim. Tegelijkertijd verschuift de aandacht steeds meer naar preventie en persoonlijk welzijn. De vraag is daarom niet alleen: wat doen we wanneer iemand uitvalt? Minstens zo belangrijk is: wat kunnen we doen voordat het zover komt?

Vastlopen bouwt zich vaak op

Overbelasting ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Coach Marieke Smulders ziet in haar praktijk dat medewerkers zichzelf soms langere tijd voorbijlopen. Grenzen stellen is lastig, ‘nee’ zeggen voelt niet altijd mogelijk en de wens om goed werk af te leveren is groot.

De eerste signalen kunnen klein zijn: structureel langer doorwerken, minder pauzes nemen, stiller worden in overleg, sneller geïrriteerd reageren of opvallend lang bezig zijn met kleine taken. Dat iemand zijn deadlines nog haalt, betekent dus niet automatisch dat alles goed gaat.

Waarom zeggen medewerkers niet eerder iets? Betrokken medewerkers willen collega’s niet laten zitten. Bij onderbezetting kan het voelen alsof je het team extra belast als je aangeeft dat het te veel wordt. Anderen denken: nog even volhouden, straks wordt het rustiger. Ook persoonlijke patronen, zoals perfectionisme of moeite met grenzen stellen, kunnen meespelen.

De waan van de dag wint gemakkelijk

Binnen gemeenten is er bijna altijd iets urgents: een deadline, een inwoner, een nieuwe wet, een project of een vacature. Reflectie en ontwikkeling schuiven dan gemakkelijk door naar later. Juist daardoor kunnen belangrijke vragen lang blijven liggen:

  • Hoe gaat het eigenlijk met mij in dit werk?
  • Waar krijg ik nog energie van?
  • Welke verantwoordelijkheid trek ik naar me toe?
  • Wat heb ik nodig om dit werk goed te kunnen blijven doen?

Loopbaanontwikkeling gaat dus niet alleen over een volgende functie. Het kan ook gaan over de vraag hoe iemand zijn huidige werk duurzaam kan blijven doen.

Coaching als preventief ontwikkelinstrument

Coaching wordt gemakkelijk gekoppeld aan problemen: stressklachten, een conflict, twijfel over de functie of uitval. Maar een medewerker hoeft niet vast te lopen om een goede reden te hebben voor een gesprek met een coach. Een coach kan ook helpen wanneer iemand merkt dat werk steeds meer energie kost, moeite heeft met grenzen of wil onderzoeken of de manier van werken nog past. Daarbij is een belangrijke nuance nodig. Coaching vervangt niet de verantwoordelijkheid van de organisatie om ongezonde werkdruk aan te pakken. Een structureel tekort aan mensen of onrealistische hoeveelheid werk los je niet op door medewerkers beter met stress te leren omgaan. Preventie vraagt dus om twee kanten: kijken naar de medewerker én naar het werk.

3 vragen die coach Marieke leidinggevenden meegeeft

Een leidinggevende hoeft geen coach te worden. Wel helpt het om veranderingen te zien en nieuwsgierig te zijn in plaats van meteen met oplossingen te komen.

1. “Je bent de laatste tijd wat stiller. Hoe gaat het met je?”
Benoem wat je ziet, zonder direct een conclusie te trekken.

2. “Waar loop je tegenaan en kan ik iets voor je betekenen?”
Geef ruimte aan het verhaal van de medewerker.

3. “Wat heb je op dit moment nodig om weer grip te krijgen?”
Dat kan duidelijkere prioritering, tijdelijke aanpassing van werkzaamheden of extra ondersteuning zijn.

Mariekes belangrijkste advies is eenvoudig: luister eerst. Gehoord worden kan al helpen om iets bespreekbaar te maken.

Wanneer kan een onafhankelijke coach helpen?

Niet iedere drukke periode vraagt om coaching. Als het probleem concreet is — te veel opdrachten, onduidelijke prioriteiten of tegenstrijdige verwachtingen — ligt de oplossing vaak eerst in het gesprek tussen medewerker en leidinggevende. Een onafhankelijke coach kan juist waardevol zijn wanneer de vraag minder helder is. Bijvoorbeeld als iemand merkt dat dezelfde patronen terugkomen, moeite heeft met grenzen of niet goed kan benoemen waarom het werk zoveel energie kost.

Dat blijkt ook uit het verhaal van Maryam Maas. Na 22 jaar binnen Burgerzaken nam haar verantwoordelijkheidsgevoel steeds verder toe. Ze sprong in waar gaten vielen en voelde zich verantwoordelijk voor het voorkomen van fouten. Uiteindelijk liep de spanning zo hoog op dat ze zich ziek meldde. In gesprekken met Marieke onderzocht ze wat werkelijk haar verantwoordelijkheid was en wat ze bij anderen mocht laten. Ze leerde beter grenzen herkennen. Toen later opnieuw een drukke situatie ontstond, kon ze die anders plaatsen. Haar verhaal roept een belangrijke vraag op: kunnen we medewerkers eerder ruimte geven om zulke patronen te onderzoeken?

Maak hulp vragen normaal

Dat vraagt ook iets van de manier waarop organisaties over coaching praten. Wie coaching alleen koppelt aan verzuim en problemen, bevestigt het beeld dat er eerst iets mis moet zijn. Wie het ook koppelt aan ontwikkeling, reflectie en werkplezier, verlaagt de drempel. Kun je met loopbaanreflectie alle uitval voorkomen? Nee. Daarvoor zijn de oorzaken te divers. Maar vroegtijdige aandacht kan wel helpen om signalen eerder zichtbaar en bespreekbaar te maken. Voor medewerkers van aangesloten organisaties biedt Mobiliteitscentrum West-Brabant verschillende vormen van onafhankelijke coaching. Ook zonder acute aanleiding kunnen medewerkers onderzoeken wat hen bezighoudt, waar energie weglekt en wat nodig is om met plezier verder te kunnen. Coaching hoeft niet het vangnet te zijn nadat iemand is gevallen. Soms zit de grootste waarde juist in het gesprek dat eerder plaatsvindt.

Meer weten over loopbaanontwikkeling en de mogelijkheden in de regio? Neem dan contact met ons op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Uitnodiging: HR Congres 24 november | Hoe blijft HR toekomstbestendig?

Uitnodiging: HR Congres 24 november | Hoe blijft HR toekomstbestendig?

15 september 2026 – Arbeidsmarktkrapte, nieuwe wetgeving, digitalisering en de opkomst van AI stellen HR-professionals bij gemeenten en publieke organisaties voor grote uitdagingen. Tijdens het HR-event ‘HR in Beweging 2030: Mens, Leiderschap & AI’ op 24 november in Etten-Leur staat één vraag centraal: welke keuzes moeten organisaties vandaag maken om klaar te zijn voor de arbeidsmarkt van morgen?

HR staat voor grote veranderingenRegionaal HR Event aankondiging

De wereld van werk verandert snel. Gemeenten en andere publieke organisaties hebben te maken met een krappe arbeidsmarkt, een groeiende vraag naar specialistische kennis en medewerkers die andere verwachtingen hebben van hun werkgever. Tegelijkertijd bieden technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie nieuwe kansen om werk slimmer te organiseren.

Voor HR-professionals betekent dit dat hun rol steeds strategischer wordt. Niet alleen op het gebied van werving en personeelsbeleid, maar ook bij vraagstukken rondom leiderschap, talentontwikkeling en organisatieverandering. Tijdens het event HR in Beweging 2030: Mens, Leiderschap & AI gaan deelnemers samen op zoek naar antwoorden op deze actuele vraagstukken. Het doel van de middag is om organisaties aantrekkelijk, wendbaar en toekomstbestendig te houden.

Wat neem je mee naar je organisatie?

Het event richt zich op praktische kennis en direct toepasbare inzichten. Bezoekers krijgen handvatten om beter onderbouwde keuzes te maken op het gebied van leren en ontwikkelen, arbeidsmarktbeleid en strategische personeelsplanning.

Zo laat MAEK zien hoe organisaties de impact van trainingen en ontwikkeltrajecten meetbaar kunnen maken. Veel HR-professionals herkennen de vraag van management en directie: wat levert een opleiding eigenlijk op? Tijdens deze sessie staat de internationaal erkende ROI-methodologie van Jack Phillips centraal. Deelnemers leren hoe leerinterventies gekoppeld kunnen worden aan organisatiedoelen en hoe effecten zichtbaar gemaakt kunnen worden, zelfs tot op het niveau van rendement op investeringen.

Ook actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt komen aan bod. Flex West-Brabant geeft een update over belangrijke wet- en regelgeving, waaronder de WTTA, loontransparantie en ontwikkelingen rondom flexibele arbeid. Onderwerpen die direct van invloed zijn op HR-beleid binnen gemeenten en andere publieke organisaties.

Datagedreven werken wordt steeds belangrijker

Een ander belangrijk thema tijdens de middag is datagedreven HR. Het Regionale Arbeidsmarktdashboard biedt organisaties straks inzicht in zowel de eigen HR-data als ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt. Volgens de initiatiefnemers maakt het dashboard het mogelijk om organisaties van vergelijkbare omvang met elkaar te vergelijken en beter onderbouwde keuzes te maken. Daarmee ontstaat meer inzicht in de positie van de eigen organisatie binnen de regionale arbeidsmarkt en kunnen HR-professionals trends sneller signaleren.

Menselijke organisaties in een tijd van AI

De impact van AI loopt als een rode draad door het programma. De technologie ontwikkelt zich snel, maar roept ook belangrijke vragen op. Welke taken kunnen slimmer worden ingericht? Wat betekent dit voor medewerkers? En hoe behouden organisaties de menselijke maat?

Deze vragen staan centraal tijdens het panelgesprek met onder anderen Harrie Timmermans, Freek Vos, Jannet Koster en Conny Mol. Zij bespreken hoe HR, leidinggevenden en regionale partners kunnen samenwerken aan organisaties die zowel innovatief als mensgericht zijn. De centrale vraag daarbij is hoe technologische vooruitgang benut kan worden zonder het menselijke aspect uit het oog te verliezen.

Ontmoeten en kennis delen

Naast inhoudelijke sessies biedt het evenement volop ruimte om collega-professionals uit de regio te ontmoeten. Op de informatiemarkt presenteren verschillende onderdelen van het Mobiliteitscentrum hun dienstverlening en actuele ontwikkelingen. Ook externe partners delen kennis en ervaringen rondom arbeidsmarktontwikkelingen, talentontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Juist deze combinatie van inhoud, inspiratie en ontmoeting maakt het event relevant voor HR-professionals die verder willen kijken dan de vraagstukken van hun eigen organisatie. Regionale samenwerking speelt immers een steeds grotere rol bij het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent.

Praktische informatie

HR in Beweging 2030: Mens, Leiderschap & AI vindt plaats op 24 november 2026 van 12.00 tot 16.30 uur in De Nobelaer, Parklaan 2 in Etten-Leur. Het evenement is bedoeld voor HR-medewerkers, HR-adviseurs en andere professionals die werken aan arbeidsmarkt- en personeelsvraagstukken binnen gemeenten en publieke organisaties.

Samen werken aan de arbeidsmarkt van morgen

De uitdagingen voor HR worden steeds complexer. Daarom is het belangrijk om kennis, ervaringen en inzichten te delen. Het HR-event op 24 november biedt daarvoor een platform. Deelnemers krijgen niet alleen nieuwe inzichten mee naar huis, maar bouwen ook verder aan een sterk regionaal netwerk dat kan bijdragen aan de publieke organisatie van morgen. Meer weten en/of aanmelden? Dat kan via onze website: Klik hier! Of neem contact op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Week van de loopbaan: Bang dat loopbaancoaching medewerkers op ideeën brengt?

Bang dat loopbaancoaching medewerkers op ideeën brengt?

15 september 2026 – Tijdens de Week van de Loopbaan staan we stil bij het belang van loopbaanontwikkeling. Iedere dag belichten we een andere kant van het onderwerp. Vandaag: waarom zichtbaar ontwikkelperspectief medewerkers niet per se richting de uitgang duwt, maar juist een reden kan zijn om te blijven.

Waarom vertrekken medewerkers die eigenlijk best tevreden zijn over hun werkgever? Niet altijd omdat het gras elders groener is. Soms ontbreekt vooral het antwoord op de vraag: wat kan ik hierna nog doen? De Personeelsmonitor Gemeenten 2025 laat zien dat onvoldoende groei- of opleidingsmogelijkheden voor 34 procent een genoemde reden voor vrijwillige uitstroom is. Ook was 46 procent van de uitstromers korter dan drie jaar in dienst. Dat maakt perspectief een belangrijk thema voor behoud.

Tevreden zijn is niet altijd genoeg

Mensen veranderen gedurende hun loopbaan. Ze leren bij, krijgen andere interesses of komen in een andere levensfase terecht. Een functie die een paar jaar geleden precies paste, hoeft daarom niet automatisch genoeg perspectief te bieden voor de jaren daarna. Wanneer medewerkers onvoldoende zicht hebben op wat er binnen hun organisatie nog mogelijk is, kan een andere werkgever aantrekkelijk worden. Niet noodzakelijk omdat iemand weg wil, maar omdat daar een volgende stap zichtbaarder lijkt.

Bij jonge medewerkers speelt dat extra sterk. De Personeelsmonitor laat zien dat zij ontwikkeling en perspectief zoeken en sneller vertrekken wanneer dat onvoldoende zichtbaar is. Daarom is een simpele vraag relevant: weten medewerkers eigenlijk welke mogelijkheden ze bij ons hebben?

Ontwikkeling is meer dan promotie

Bij doorgroeien denken we snel aan een stap omhoog. Maar ontwikkeling kan ook horizontaal zijn: andere taken, een project, meelopen bij een ander team, nieuwe vaardigheden ontwikkelen of juist specialistischer worden. Ook een andere inrichting van het werk kan ontwikkeling betekenen. Meer of minder uren, andere verantwoordelijkheden of opnieuw kijken naar welk werk het beste past bij iemands talenten en energie. De Personeelsmonitor laat zien dat gemeenten daar al verschillende instrumenten voor gebruiken, zoals projecten en klussen, functiewisselingen, uitleen en detachering. Ontwikkeling hoeft dus niet altijd omhoog te betekenen. Soms is opzij, verdiepen, verbreden of anders organiseren precies de passende stap.

Eerst ontdekken wat er eigenlijk ontbreekt

De ontwikkelvraag zelf is lang niet altijd helder. “Ik wil iets anders” zegt nog weinig. Gaat het om uitdaging, autonomie, nieuwe kennis, rust, verantwoordelijkheid, zingeving of een betere balans? Daarom begint loopbaanontwikkeling niet bij vacatures zoeken, maar bij reflectie. Wat geeft energie? Waar ben je goed in? Wat vind je belangrijk? Wat zou je meer willen doen en wat juist minder? Een onafhankelijke coach kan helpen wanneer een medewerker die vraag nog niet scherp heeft. Niet door te vertellen welke baan iemand moet kiezen, maar door vragen te stellen, te spiegelen en mogelijkheden zichtbaar te maken.

Voor Ivo lag het antwoord niet in vertrekken

Dat gebeurde bij Ivo, medewerker van Belastingsamenwerking West-Brabant. Hij klopte niet bij een coach aan omdat hij vastliep of weg wilde. Zijn vraag was veel eenvoudiger: wat wil ik de komende jaren gaan doen? Hij voelde weinig uitdaging, maar waardeerde zijn organisatie juist sterk. Samen met coach Rini Nieuwkamer onderzocht hij wat voor hem belangrijk was. Daaruit bleek onder meer dat stabiliteit en flexibiliteit veel waarde hadden. Tegelijkertijd wilde Ivo meer ruimte voor zijn passie voor ballonvaren. Hij ging daarom 24 uur per week werken en gebruikte de extra ruimte voor zijn opleiding tot ballonpiloot. Later ontstond binnen zijn eigen organisatie een vacature die aansloot bij zijn interesse in puzzelen en uitzoeken. Hij solliciteerde en maakte een interne stap. De coaching leidde dus niet tot vertrek, maar hielp Ivo scherper te krijgen waarom hij wilde blijven en wat hij daarvoor nodig had.

De leidinggevende maakt perspectief zichtbaar

Veel medewerkers kennen vooral hun eigen functie en afdeling. Ze hebben minder zicht op tijdelijke opdrachten, projecten of mogelijkheden elders in de organisatie. Een leidinggevende hoeft daarom niet op iedere loopbaanvraag direct een antwoord te hebben. Wel kan die het gesprek openen. Bijvoorbeeld met vragen als:

  • Waar zou je meer van willen doen?
  • Wat wil je de komende twee jaar leren?
  • Welke talenten gebruik je nu te weinig?
  • Wat zou ervoor zorgen dat je hier over drie jaar nog steeds met plezier werkt?

Voor medewerkers die nog maar kort in dienst zijn, is zo’n gesprek extra relevant. Juist in de eerste jaren is de uitstroom relatief hoog. Onboarding gaat daarom niet alleen over goed binnenkomen, maar ook over tijdig laten zien hoe iemand zich verder kan ontwikkelen. Voor medewerkers van aangesloten organisaties biedt Mobiliteitscentrum West-Brabant verschillende vormen van onafhankelijke coaching. Zo kan iemand zonder vooraf vaststaande uitkomst onderzoeken wat nodig is om met perspectief verder te gaan.

Perspectief bieden is niet hetzelfde als mensen voorbereiden op vertrek. Het kan juist een reden zijn om te blijven. Meer weten over loopbaanontwikkeling en de mogelijkheden in de regio? Neem dan contact met ons op via mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Zeven wethouders vinden nieuwe richting

Zeven wethouders vinden nieuwe richting

11 september 2026 – Zeven voormalig wethouders hebben in korte tijd een nieuwe professionele stap gezet via de wethoudersbegeleiding in de regio. Hun traject laat zien dat bestuurlijke ervaring veel waarde heeft op de arbeidsmarkt, zeker wanneer er op tijd wordt nagedacht over de volgende loopbaanfase.

Bestuurlijke ervaring blijkt breed inzetbaar

De recente plaatsing van zeven voormalig wethouders valt op omdat zij allemaal relatief snel een functie vonden die past bij hun ervaring, kwaliteiten en ambities. Volgens de coaches achter de begeleidingstrajecten onderstreept dit dat de kennis en vaardigheden van wethouders ook buiten het openbaar bestuur zeer waardevol zijn. Wethouders zijn gewend om complexe vraagstukken te overzien, verschillende belangen met elkaar te verbinden en onder hoge druk besluiten te nemen. Daarnaast beschikken zij vaak over een sterk netwerk, strategisch inzicht en goede communicatieve vaardigheden. Toch worden deze kwaliteiten buiten het bestuurlijke domein nog regelmatig onderschat.

Op tijd nadenken over de toekomst

Een belangrijk onderdeel van de pre-APPA-begeleiding is dat wethouders al tijdens hun ambtsperiode stilstaan bij hun toekomst. Daarbij staan vragen centraal als: waar krijg ik energie van, welke kwaliteiten wil ik blijven inzetten en welke rol past echt bij mij? Door deze reflectie vroeg te starten, ontstaat meer rust en overzicht. Wethouders krijgen de ruimte om verschillende mogelijkheden te onderzoeken en keuzes zorgvuldig af te wegen. Dat blijkt vaak een voordeel ten opzichte van bestuurders die pas na afloop van hun ambtsperiode met loopbaanbegeleiding beginnen.

Van functiedenken naar drijfveren

Tijdens de begeleiding doen veel wethouders nieuwe inzichten op. Zo ontdekte een bestuurder tijdens het traject dat hij vooral dacht vanuit functies en posities. Gaandeweg werd duidelijk dat zijn echte motivatie lag in het verbinden van mensen en organisaties rond maatschappelijke opgaven. Dat inzicht zorgde voor een bredere blik op zijn mogelijkheden. Uiteindelijk vond hij een functie die beter aansloot bij zijn persoonlijke drijfveren en waar hij meer energie uit haalt. Volgens de coaches ontdekten veel deelnemers dat hun mogelijkheden veel breder zijn dan zij vooraf dachten. Zij kregen scherper zicht op hun talenten, waarden en ambities. Ook realiseerden zij zich dat hun bestuurlijke ervaring buiten het wethouderschap zeer relevant blijft.

Gemeenten zien meerwaarde van oud-wethouders

Van de zeven geplaatste wethouders begonnen er drie direct na de zomer bij een gemeente. Hun combinatie van bestuurlijke ervaring, kennis van het gemeentelijk speelveld en politiek-bestuurlijke sensitiviteit maakte hen aantrekkelijk voor werkgevers. Daarnaast konden zij duidelijk uitleggen welke waarde zij toevoegen en welke rol zij willen vervullen. Juist die combinatie van ervaring én zelfinzicht blijkt belangrijk bij een succesvolle overstap.

Hardnekkige misverstanden

Werkgevers hebben soms een beperkt beeld van wat een wethouder meebrengt. Een veelgehoord misverstand is dat het vooral om een politieke functie gaat. Daardoor wordt soms onderschat hoeveel ervaring wethouders hebben met leiderschap, verandermanagement, samenwerking, onderhandelen en het realiseren van complexe maatschappelijke opgaven. De praktijk laat volgens de coaches zien dat deze kwaliteiten juist goed aansluiten bij functies binnen en buiten de overheid.

Een nieuwe rol vraagt ook begeleiding

De overgang naar een nieuwe functie wordt door veel voormalig wethouders ervaren als zowel spannend als bevrijdend. Zij moeten vaak wennen aan minder publieke zichtbaarheid, een andere manier van besluitvorming en een nieuwe werkomgeving. Tegelijkertijd ervaren velen meer ruimte voor inhoudelijke verdieping en een betere balans tussen werk en privé. Daarom blijft coaching ook na een succesvolle plaatsing waardevol. Een nieuwe functie betekent vaak ook een nieuwe professionele identiteit. Begeleiding helpt om ervaringen te verwerken, nieuwe rollen bewust vorm te geven en een duurzame overgang te realiseren.

Begin op tijd

De belangrijkste boodschap aan wethouders is helder: wacht niet tot het einde van een ambtsperiode in zicht komt. Door vroeg te reflecteren op wensen, talenten en mogelijkheden ontstaat meer regie over de toekomst. De mooiste loopbaanstappen ontstaan vaak wanneer niet de functie centraal staat, maar de vraag waar iemand energie van krijgt en hoe diegene maatschappelijk van betekenis wil blijven. Kort samengevat: de ervaringen van deze zeven voormalig wethouders laten zien dat tijdige loopbaanbegeleiding helpt om bestuurlijke ervaring succesvol te vertalen naar een nieuwe professionele rol. Meer weten over deze vorm van coaching via het Mobiliteitscentrum? Neem dan contact op met mobiliteitscentrum@west-brabant.eu.

Update Europese aanbesteding Flexibele Regionale Arbeidsmarktplatformen

Europese aanbesteding Flexibele Regionale Arbeidsmarktplatformen gepubliceerd

9 september 2026 – De Europese aanbesteding voor de regionale systemen voor werving en externe inhuur is gepubliceerd via TenderNed. Daarmee zetten de deelnemende organisaties en Mobiliteitscentrum West-Brabant een volgende stap in het versterken van hun gezamenlijke arbeidsmarktpositie. Door regionaal aan te besteden bundelen zij kennis, capaciteit en bereik. De komende maanden staan in het teken van de Nota van Inlichtingen, de beoordeling van de inschrijvingen, demonstraties en de gunning.

Mobiliteitscentrum West-Brabant werkt namens de deelnemende organisaties aan de gezamenlijke aanbesteding van een Applicant Tracking Systeem (ATS) en een Vendor Management Systeem (VMS). Het ATS ondersteunt het proces rond vacatures en sollicitaties. Het VMS richt zich op de inhuur van externe medewerkers. Beide systemen vormen een belangrijke basis voor de regionale samenwerking rond werving, mobiliteit en externe inhuur.

Samen bouwen aan een sterke regionale arbeidsmarktpositie

Met deze gezamenlijke aanbesteding geeft Mobiliteitscentrum West-Brabant invulling aan zijn rol als regionale samenwerkingspartner. Het brengt de behoeften van de aangesloten organisaties samen en vertaalt deze naar gezamenlijke voorzieningen. Daarmee ontzorgt het Mobiliteitscentrum de deelnemers en bouwt het samen met hen aan een sterke positie op de arbeidsmarkt.

Regionaal aanbesteden levert concrete voordelen op. De deelnemende organisaties hoeven niet ieder afzonderlijk een volledig aanbestedingstraject te doorlopen. Dat bespaart tijd en inzet en maakt het mogelijk om expertise te bundelen. Ook biedt de gezamenlijke aanpak een basis om werkwijzen regio-breed verder te professionaliseren en kennis en ervaring met elkaar te delen.

Daarnaast bouwen we voort op het gezamenlijke bereik van vacatures en inhuuraanvragen. Via de regionale platformen vinden werkzoekenden en leveranciers hun weg naar de aangesloten organisaties. Het aantal werkzoekenden en leveranciers dat zich aanmeldt, stijgt jaar na jaar. Die groei onderstreept de waarde van de regionale samenwerking: samen bereiken we een steeds grotere groep potentiële kandidaten en aanbieders van personeel. Dat draagt bij aan een sterkere arbeidsmarktpositie voor alle aangesloten organisaties.

De aanbesteding is daarmee een investering in zowel de ondersteunende systemen als de verdere ontwikkeling van die samenwerking.

Marktconsultaties afgerond

Voorafgaand aan de publicatie zijn twee marktconsultatierondes uitgevoerd. In de eerste ronde konden marktpartijen schriftelijk reageren en demonstraties geven. De tweede ronde was gericht op de conceptstukken en een aantal specifieke vragen over de opzet van de aanbesteding. Aan de tweede consultatieronde namen negen organisaties deel. Zij leverden gezamenlijk veertien documenten aan.

Alle reacties zijn zorgvuldig en vertrouwelijk behandeld. De bevindingen zijn geanonimiseerd verwerkt en gebruikt bij het afronden van de aanbestedingsstukken. Individuele reacties en bedrijfsvertrouwelijke informatie worden niet gedeeld. De marktconsultaties hebben zo bijgedragen aan een zorgvuldig voorbereide en beter onderbouwde uitvraag.

Deelname aan de marktconsultatie geeft leveranciers geen voordeel of nadeel bij de aanbesteding en was geen voorwaarde om te kunnen inschrijven. Vanaf de publicatie verlopen vragen over de opdracht uitsluitend via de procedure op TenderNed. De antwoorden worden via de Nota van Inlichtingen gelijktijdig met alle geïnteresseerde partijen gedeeld.

Breed regionaal deelnemersveld

Aan de aanbesteding van het VMS nemen 28 organisaties deel. Voor het ATS zijn dat 29 organisaties. Dit brede deelnemersveld laat zien hoe stevig de samenwerking rond werving, mobiliteit en externe inhuur in de regio is verankerd. Mobiliteitscentrum West-Brabant coördineert het gezamenlijke traject en betrekt de deelnemende organisaties bij de voorbereiding, beoordeling en implementatie. Projectleider namens het Mobiliteitscentrum is Peter van Boxel.

Over de inhoud van de uitvraag en de inschrijvingen kunnen tijdens de aanbestedingsprocedure geen mededelingen worden gedaan. Wel informeren we de deelnemers over het gevolgde proces en de stappen die de komende maanden op de planning staan.

Beoordeling en demonstraties

Na de publicatie volgen eerst de geplande rondes voor de Nota van Inlichtingen. Leveranciers kunnen daarin volgens de vastgestelde procedure vragen stellen over de aanbestedingsstukken. Daarna volgt de inschrijvings- en beoordelingsfase.

De beoordeling bestaat uit meerdere onderdelen. Eerst beoordelen de beoordelingsteams de schriftelijke inschrijvingen. Vervolgens worden leveranciers uitgenodigd om hun oplossing te demonstreren. Tijdens deze bijeenkomsten is ook ruimte voor verdiepende vragen vanuit het beoordelingsteam en wordt een praktijktest uitgevoerd. De resultaten van de demonstraties tellen mee in de totale kwalitatieve beoordeling.

De beoordelingsteams zijn inmiddels samengesteld. Alle beoordelaars volgen vooraf een verplichte instructiesessie, zodat de inschrijvingen zorgvuldig en volgens dezelfde werkwijze worden beoordeeld. Aanmelden voor deelname aan een beoordelingsteam is niet meer mogelijk.

Richting gunning en implementatie

Als het proces volgens planning verloopt, vindt de voorlopige gunning plaats in december 2026. Daarna volgt de definitieve gunning. Vanaf dat moment kan ook meer duidelijkheid worden gegeven over de uitkomst van de aanbesteding.

De start van de implementatiefase staat gepland voor 1 januari 2027. De precieze aanpak wordt de komende periode verder uitgewerkt. Aan leveranciers is gevraagd om bij hun inschrijving een implementatieplan aan te leveren. Tegelijkertijd werkt de regio aan een eigen implementatieaanpak en een passende projectorganisatie.

De deelnemende organisaties worden nadrukkelijk bij de implementatie betrokken. Welke medewerkers en rollen daarvoor precies nodig zijn, hangt mede af van de gekozen aanpak en de plannen van de geselecteerde leveranciers. Naar verwachting worden de plannen in november en december concreter en kunnen ze dan met de deelnemers worden besproken. Ook de mogelijke inzet van een regionale implementatiemanager wordt daarbij bekeken.

Goede regionale afspraken als basis

Om de voordelen van de gezamenlijke systemen in de praktijk te benutten, zijn goede regionale afspraken nodig. Belangrijke aandachtspunten zijn de inrichting van het proceseigenaarschap, het functioneel beheer en de beschikbaarheid van vertegenwoordigers vanuit de deelnemende organisaties. Duidelijke afspraken hierover ondersteunen een professionele werkwijze en helpen de organisaties om de gezamenlijke voorzieningen goed te gebruiken.

Mandaatverstrekkers worden geïnformeerd over de voortgang. Zodra de aanbesteding is gegund en de implementatieaanpak verder is uitgewerkt, volgt meer informatie over de planning, organisatie en betrokkenheid tijdens de implementatiefase.

Met de publicatie op TenderNed is een belangrijke mijlpaal bereikt. De aandacht verschuift nu naar een zorgvuldige en objectieve beoordeling van de inschrijvingen. Totdat de procedure is afgerond, delen we geen inhoudelijke informatie over de uitvraag, deelnemende leveranciers of beoordelingen. Het gezamenlijke doel blijft daarbij leidend: deelnemende organisaties ontzorgen, de regionale werkwijzen verder professionaliseren en het bereik onder werkzoekenden en leveranciers vergroten. Zo bouwt Mobiliteitscentrum West-Brabant samen met de deelnemers verder aan een sterke regionale arbeidsmarktpositie.

Voor vragen over het proces of de planning kun je contact opnemen met Peter van Boxel via peter.vanboxel@west-brabant.eu.